15-01-08

Weimarrepubliek: Bepalingen van het Verdrag van Versailles

weimar
De Weimarrepubliek

Besluiten Verdrag van Versailles 1919

Nevenstaand plakkaat van de socialisten, de sociaal-democraten, geeft het beste weer, hoe Duitsland zwalpte in de jaren tussen de twee wereldoorlogen: de Weimarrepubliek. Zwalpen is hier het gepaste woord. In deze periode van 1919 tot 1933 lagen vier politieke strekkingen dwars op elkaar en bepaalden de pogingen tot opgang van de democratie en uiteindelijk ondergang van de democratie. Twee strekkingen werkten relatief goed met elkaar samen: aan de linkse kant de socialisten (SPD) die zich de ware democraten noemden, en aan de rechtse kant de conservatieven (Zentrum) die eigenlijk meer aan het oude keizerrijk bleven hangen dan aan democratie, en de liberalen die zich gelijk aan de conservatieven opstelden. Uiterst links van de socialisten bewoog zich de derde strekking: de communisten (KPD) die radicaal een democratie verwierpen en een radenrepubliek (sowjetrepubliek) naar het voorbeeld van Moskou nastreefden. En uiteindelijk vormden de nationalisten en nationaal-socialisten van Hitler de vierde strekking, die het uiteindelijk zou halen... Zij streefden evenmin een democratie na en dwongen een dictatuur op. Maar niet alleen de tegenstellingen tussen de vier politieke strekkingen leidden tot de agonie van de jonge Duitse democratie. Een ware leidraad doorheen deze jaren is het Verdrag van Versailles, vredesregeling na de Eerste Wereldoorlog. waarvan de gevolgen loodzwaar doorwogen. En een al even noodlottige leidraad is de grondwet van de Weimarrepubliek die de val van de ene regering na de andere mogelijk maakte. Boven dat alles kwam dan nog de beurscrash van New York, die het spel van Hitler in de hand werkte.

In de vorige posting zagen we de standpunten van de drie grootmachten in 1919 tegenover een vredesregeling met Duitsland, dat na de Eerste Wereldoorlog moest capituleren. Zoals vermeld wou Frankrijk het Pruisische Duitsland definitief breken en degraderen tot een derderangs land. De USA en ook wel Groot-Brittannië wilden Duitsland nog een zekere levenskracht laten vanuit economisch standpunt en ook wel vanuit een vrees voor het relatief onbekende communisme dat in 1917 in Rusland ontstond. Duitsland zou dan ook een soort buffer moeten kunnen zijn tussen die communisten in het oosten en de grootmachten in het westen.

Financiële eisen aan Duitsland

Het Duitse grondgebied was niet getroffen door de oorlog die geheel afliep in het buitenland. Duitsland had dan ook in de ogen van de geallieerden en hun bondgenoten voldoende mogelijkheden om ruimschootse herstellingskosten te betalen aan de getroffen landen. Dat was de teneur. De USA hadden geen echte herstellingskosten op het verlanglijstje, Frankrijk echter wel en Groot-Brittannië in zekere mate ook, alsook tal van andere landen waaronder zeker België te vermelden is. Toch voelden de USA zich betrokken partij omdat zij miljarden uitgeleend hadden aan landen als Frankrijk, Groot-Brittannië, Italië, België en vele anderen om de militaire uitrusting in die landen mogelijk te maken. De USA waren dan ook bezorgd om de terugbetaling van die kredieten, temeer daar reeds kort voor de oorlog een inflatie was ontstaan die geleidelijk toenam tijdens de oorlogsjaren. Garanties voor snelle terugbetaling van die kredieten lagen dan hoog op het verlanglijstje van de USA.

Die twee soorten kosten – herstellingskosten en terugbetaling van kredieten aan de USA – werden met het Verdrag van Versailles volledig op de rug van Duitsland geschoven. Dat land werd trouwens expliciet als de enige agressor tijdens de oorlog beschouwd. De definitieve berekening van de totale kosten zou in de volgende jaren tot stand komen. In 1919 werd enkel een voorlopig bedrag geëist van 20 miljard goudmarken tegen ten laatste 1921. Dat kwam overeen met 7 miljoen kg goud. Deze voorlopige betaling mocht gebeuren in de vorm van geld en natura. Dat is een monsterschuld voor Duitsland maar niet onmogelijk. De Duitsers stonden en staan nog steeds bekend als harde werkers en konden dat bedrag realiseren (hoewel in bepaalde jaren ongeveer de helft van de begroting in Duitsland naar die schulden ging). Niet de onmogelijkheid tot betalen werd een ernstig probleem in het Duitsland na de oorlog, wel echter de onwil van de politieke Duitse wereld om die schulden af te betalen. Duitsland beschouwde het Verdrag van Versailles immers als een schandverdrag, een dictaat. Komt daar nog bij, dat de Duitse bevolking niet het gevoel had de verliezer te zijn in de oorlog. Die oorlog speelde steeds af in het buitenland en de Duitse opperste legerleiding misleidde het Duitse volk door steeds opnieuw over successen te praten om aldus meer mannelijk kanonnenvoer naar het front te lokken. Ook de politici waren niet overtuigd (of wilden niet overtuigd zijn) van Duitslands nederlaag. Alleen de socialisten begrepen de toestand. Reden daarvoor is de fameuze dolkstootlegende, waarbij de opperste Duitse legerleiding de schuld voor de capitulatie in de schoot van de socialisten legde: het leger vocht dapper... de overwinning was nabij... en dan plots eisten de socialisten het einde van de oorlog. Zo klonk de misleiding! Liberalen, rechtsen, keizersgezinden... haast alle politici geloofden in die dolkstootlegende en keerden zich tegen de socialisten die het vaderland ten onrechte zouden hebben overgeleverd aan de geallieerden! Neen... noch het volk, noch de politici waren bereid de herstellingskosten en andere kosten op zich te nemen en deden in de jaren na het Verdrag van Versailles alles om terugbetalingen af te remmen. Waarom toch betalen, daar waar Duitsland aan de winnende hand was (?!), aldus de overtuiging van de meerderheid. In volgende postings zal dit probleem steeds opnieuw opduiken bij het behandelen van de geschiedenis van de Weimarrepubliek.

ROND DIT THEMA
Volledige tekst   Verdrag van Versailles

Novemberrevolutie 1918   revolutie tijdens en onmiddellijk na de Eerste Wereldoorlog

Dolkstootlegende   misleiding van het Duitse volk door de Duitse opperste legerleiding 1918
Gebiedsafstand

Vooral Frankrijk stond erop, dat Duitsland zoveel mogelijk grondgebied moest afstaan. Op die wijze zou het land gedegradeerd worden tot een derderangs landje. Maar de USA en Groot-Brittaninië zagen dat even anders. Zij vreesden de communisten die in 1917 de macht in Rusland gegrepen hadden. Daarom wilden ze Duitsland behouden als een ware buffer. De USA stonden er bovendien op dat naar het 14-punten-programma van president Woodrow Wilson (zie vorige posting) volkeren zoveel mogelijk een eigen zelfbestemming en land moeten hebben. Voor de USA ging het niet op om Duitsers te scheiden over verschillende landen. Frankrijk moest aldus inbinden.

Duitsland was ongeveer zo groot als huidig Duitsland + Elsas-Lotharingen + aanzienlijke delen in het oosten, Pruisische delen die zich uitstrekten over Noord-Polen tot in Litauen en over West-Polen tot in huidig Tsjechië.

Uiteindelijk werd het volgende besloten:

  • Delen van Pruisen in het huidige noordwesten ten opzichte van Warschau (West-Pruisen genaamd) gingen naar Polen. Eveneens naar Polen gingen delen van Silezië (in West-Polen). Die laatste gebieden gingen naar Polen nadat de plaatselijke bevolking zich erover kon uitspreken. Dat was een eis van de USA (zelfbeschikkingsrecht van volkeren).
  • Een deeltje van Silezië ging naar Tsjechoslowakije.
  • Noord- Schleswig (huidig Zuid-Denemarken) werd na raadpleging van de bevolking aan Denemarken toegewezen. Daar woonden immers in hoofdzaak Denen.
  • Eupen-Malmédy werd als vergoeding aan België toegewezen. Dat was een moeilijk punt, gezien de meerderheid van de bevolking Duits was, en deze beslissing dus tegen het principe van zelfbestemming der volkeren bleek te zijn. Daarom werd deze aanvankelijke beslissing geblokkeerd. Slechts na een (betwiste) volksraadpleging gingen deze Duistalige gebieden naar België
  • De Elsas en Lotharingen gingen integraal naar Frankrijk, ook al sprak een klein deel van de bevolking Duits. Daarover werd geen volksraadpleging georganiseerd, omdat Frankrijk dit als een vergoeding zag voor het verlies uit de Frans-Duitse oorlog 1870-1871 (toen deze gebieden aan Duitsland geannexeerd waren).
  • Tenslotte gingen enkele Duitse gebieden naar de te ontstane “Volkerenbond” (voorloper van de huidige UNO). Hier gaat het om het Saarland, Danzig en een deel van Oost-Pruisen tegen Litouwen aan. Frankrijk eiste en kreeg het economisch recht over het Saarland en het bezettingsrecht over dat deel van Oost-Pruisen. Hier zien we duidelijk de heerschap die Frankrijk nastreefde in heel Europa. Uiteindelijk is het Saarland in de jaren vijftig naar Duitsland teruggekeerd, Danzig naar Polen gekeerd en het oostelijke deeltje van Pruisen deel geworden van Litouwen.
  • Alle Duitse kolonies werden verdeeld onder de landen ter wereld. Zo kreeg België Rwanda en Burundi als bijkomende kolonie.

Militaire beperkingen

Vooral Frankrijk eiste een complete demilitarisering van Duitsland. Het land zou geen enkele kans krijgen om weer een grootmacht te worden. Bovendien zou die de hegemonie van Frankrijk in continentaal Europa bevestigen. Die 'wraak'-eis van Frankrijk werd door de USA en Groot-Brittannië verworpen. De USA zagen immers in een beperkte militaire Duitse macht een middel om de communisten in Rusland onder de knoet te houden. En Groot-Brittannië huiverde van een te grote macht van Frankrijk. Er kwam aldus een compromis uit de bus:

  • Totale afbouw van de generale staf van het Duitse leger.
  • Het aantal Duitse militairen moet gereduceerd worden van 300.000 naar 100.000 man.
  • Verbod tot dienstplicht in Duitsland.
  • Reductie van de marine tot slechts 15.000 man en een heel beperkte vloot.
  • Verbod voor Duitse luchtstrijdkrachten
  • Demilitarisering van het Rijnland tussen de Rijn en de buurlanden, alsook ten oosten van de Rijn over een gebied van 50km oostwaarts.

Deze maartregelen zouden voor hevig protest zorgen in Duitsland en eveneens voor een zeer gevaarlijke machtsgreep (zie volgende postings). Bovendien was vooral Frankrijk verbolgen over het niet bezetten van de Rijnstreek. Uiteindelijk werd die eis van Frankrijk wel voldaan en werd de hele Rijnstreek tussen Rijn en buurlanden bezet. Deze maatregel zou vijf jaar gelden. Alleen de eis van Frankrijk om ook het Ruhrgebied te bezetten werd door de USA afgewezen. Het Ruhrgebied was immers de economische motor van Duitsland. Die wegnemen zou tot gevolg hebben, dat Duitsland de verplichtingen tot herstelbetalingen niet zou kunnen voldoen. Het compromis over deze militaire maatregelen werd later door Duitsland zeer handig omzeild (zie latere postings) en kan samen met die omzeiling in zekere mate als gevaarlijk element gelden voor de machtsovername door Hitler in 1933.

Economische maatregelen

Versailles
grootbeeld
 

Plechtige ondertekening van het Verdrag van Versailles op 28 juni 1919
Als belangrijkste maatregelen gelden:

  • De oorlogskosten (herstelkosten en leningen van de geallieerden bij de USA) ten laste van Duitsland
  • Sterke inkrimping van de Duitse handelsvloot
  • Internationaal verklaring van de grote rivieren: Elbe, Donau en Oder (Rijn lag in het gedemilitariseerde en later bezette gebied).

Dit loodzware verdrag moest Duitsland ondertekenen onder de dwang van totale bezetting van het land bij weigering. De ondertekening gebeurde op 28 juni 1919 door twee vertegenwoordigers van de belangrijkste Duitse politieke partijen in die tijd: een van de SPD (socialisten) en een van Zentrum (conservatieven). De dwang daartoe liet reeds vrezen voor problemen nadien! Vervolgens tekenden de vertegenwoordigers der geallieerden en hun bondgenoten. Het verdrag zou in werking treden wanneer de respectievelijke landen het verdrag parlementair goedgekeurd hadden door ratificering. Dat laatste stootte op weerstand in vooral de USA. Uiteindelijk ratificeerden de USA op 10 januari 1920 en ging het verdrag in....

De Weimarrepubliek zou jaren vechten met dit verdrag. Maar niet alleen dit verdrag was een moeilijkheid in het Duitsland na de Eerste Wereldoorlog.. Door de novemberrevolutie was Duitsland in 1918 een republiek geworden en moest een grondwet opgesteld worden. Dat zou op zich een 'teer' punt worden. Daarover morgen meer...

 

WEIMARREPUBLIEK
Het ontstaan van het Verdrag van Versailles   (14 jan 2008)

De bepalingen van het Verdrag van Versailles   (15 jan 2008)

Staatsbestel naar de grondwet   (16 jan 2008)

Grondrechten en politieke partijen   (17 jan 2008)

Factoren die het de Weimarrepubliek moeilijk maakten   (18 jan 2008)

Een staatsgreep kondigt zich aan: de Kapp-putsch 1920   (21 jan 2008)

Kapp-putsch schijnbaar voltooid   (22 jan 2008)

Kapp-putsch mislukt, communisten lokken burgeroorlog uit   (23 jan 2008)

Oorlogskosten en het ultimatum van Londen in 1921   (24 jan 2008)

Oorlogskosten en het verdrag van Rapallo   (25 jan 2008)

De Duitse inflatie beginjaren twintig   (28 jan 2008)

De Rijnrepubliek   (29 jan 2008)

Het begin van de Ruhrbezetting   (30 jan 2008)

Ruhrbezetting 1923: verzet   (31 jan 2008)

Hyperinflatie 1923   (11 feb 2008)

Heropflakkering Rijnrepubliek 1923   (12 feb 2008)

Aanloop tot de Hitler-putsch   (13 feb 2008)

Hitler-putsch brengt hem in de gevangenis   (14 feb 2008)

Het Dawes-plan en de gouden jaren   (18 feb 2008)

Het einde van rijkspresident Friedrich Ebert   (19 feb 2008)

Paul von Hindenburg, conservatieve ommezwaai   (20 feb 2008)

Verdragen van Locarno verstevigen de vrede   (22 feb 2008)

Yound plan 1930   (28 feb 2008)

DNVP, extreem recht in de jaren twintig   (29 feb 2008)

Paul von Hindenburg en zijn camarilla   (03 maa 2008)

1930-1932: Eerste golf van ondemocratische maatregelen   (04 maa 2008)

1932: De democratisch Weimarrepubliek sterft   (05 maa 2008)

1932: De ultieme adrenalinestoot   (06 maa 2008)

1933: Hitler aan de macht   (07 maa 2008)

14-01-08

Weimarrepubliek: Verdrag van Versailles

weimar
De Weimarrepubliek

Vredesverdrag van Versailles 1919

Nevenstaand plakkaat van de socialisten, de sociaal-democraten, geeft het beste weer, hoe Duitsland zwalpte in de jaren tussen de twee wereldoorlogen: de Weimarrepubliek. Zwalpen is hier het gepaste woord. In deze periode van 1919 tot 1933 lagen vier politieke strekkingen dwars op elkaar en bepaalden de pogingen tot opgang van de democratie en uiteindelijk ondergang van de democratie. Twee strekkingen werkten relatief goed met elkaar samen: aan de linkse kant de socialisten (SPD) die zich de ware democraten noemden, en aan de rechtse kant de conservatieven (Zentrum) die eigenlijk meer aan het oude keizerrijk bleven hangen dan aan democratie, en de liberalen die zich gelijk aan de conservatieven opstelden. Uiterst links van de socialisten bewoog zich de derde strekking: de communisten (KPD) die radicaal een democratie verwierpen en een radenrepubliek (sowjetrepubliek) naar het voorbeeld van Moskou nastreefden. En uiteindelijk vormden de nationalisten en nationaal-socialisten van Hitler de vierde strekking, die het uiteindelijk zou halen... Zij streefden evenmin een democratie na en dwongen een dictatuur op. Maar niet alleen de tegenstellingen tussen de vier politieke strekkingen leidden tot de agonie van de jonge Duitse democratie. Een ware leidraad doorheen deze jaren is het Verdrag van Versailles, vredesregeling na de Eerste Wereldoorlog. waarvan de gevolgen loodzwaar doorwogen. En een al even noodlottige leidraad is de grondwet van de Weimarrepubliek die de val van de ene regering na de andere mogelijk maakte. Boven dat alles kwam dan nog de beurscrash van New York, die het spel van Hitler in de hand werkte.

De Weimarrepubliek startte onder het juk van het Vredesverdrag van Versailles.

Het Verdrag van Versailles dat helemaal geen 'verdrag' was...

Voor de Eerste Wereldoorlog vormden de volgende landen de echte grootmachten in de wereld: De USA, Groot-Brittannië, Frankrijk, Duitsland (lees Pruisen), Oostenrijk-Hongarije en Rusland. Over de aanleiding, de oorzaken en het verloop van die oorlog zijn reeds eerdere postings op deze blog verschenen. Bij het einde van deze oorlog restten nog slechts drie grootmachten: de USA, Groot-Brittannië en Frankrijk. Duitsland was door zijn capitulatie uitgeschakeld, zo ook Oostenrijk-Hongarije. En Rusland was sinds 1917 een communistische sowjet-staat geworden die niet meer meetelde op het grote internationale vlak. Spreken we hier over de geallieerden, dan worden de USA, GB en Frankrijk bedoeld.

Versailles
grootbeeld
 

Van links naar rechts: David Lloyd George (Brits Eerste-Minister), Vittorio Orlando (Italiaans minister-president), Georges Clemenceau (Frans Eerste-Minister) en Woodrow Wilson (US-president)
Op 18 januari 1919 startten de vredesbepalingen. We kunnen moeilijk spreken van vredes-'onderhandelingen', gezien enerzijds de geallieerden een onvoorwaardelijke capitulatie geëist hadden op 11 november 1918 en anderzijds Duitsland niet als gesprekspartner gold tijdens de besprekingen van de vredesvoorwaarden. Het capitulerende land werd hooguit aanhoord bij het begin van de vredesbepalingen op 18 januari 1919 en moest zich dan buiten de vergadering houden tot bij de ondertekening van het 'vonnis'. De besprekingen ervan waren louter een onderonsje van de drie geallieerden en hun bondgenoten. Men kan dan al evenmin van een 'verdrag' spreken. Het Verdrag van Versailles werd Duitsland opgedrongen zonder enig medezeggenschap en met de dreiging tot bezetting van Duitsland bij het niet aanvaarden. Het verdrag werd dan ook als een “Dictaat van Versailles” door Duitsland beschouwd. Alleen deze vaststelling zou bron worden van weerstand in Duitsland, zowel van de gematigde regerende partijen als van de rechts-radicale partijen. Niet ten onrechte becommentarieerde de Franse Maarschalk Ferdinand Foch dit verdrag als “Dit is geen vredesverdrag, maar een twintigjarige wapenstilstand!”. Hoe raak waren deze woorden uit 1919 als men weet dat op de kop twintig jaar later in 1939 de Tweede Wereldoorlog begon (hoewel de berekening van twintig jaren van Maarschalk Foch zich baseerden op bepalingen in het verdrag (zie verder) .... David Lloyd George, Brits eerste-minister in die jaren, vreesde eveneens het ergste uit dit verdrag: “Men mag Duitsland dan al beroven van zijn kolonies, zijn leger terugschroeven tot een simpele politiemacht en zijn vloot terugschroeven tot een vijfde-klasse-rang, toch zal het land middelen vinden om een afrekening te presenteren als het volk het gevoel krijgt onrechtvaardig behandeld te zijn geweest in het verdrag van 1919!”

Hoe stonden de drie grootmachten tegenover de te bereiken doelen in het Verdrag van Versailles?

Van de drie grootmachten was Frankrijk het ergste getroffen. Langdurige en beslissende slachten hadden op Noord-Franse bodem plaats (alsook in de verlengenis ervan op West-Belgische bodem tegen in hoofdzaak Groot-Brittannië). Frankrijk eiste dan ook het grootste deel van de schadeloosstellingen die uit het verdrag zouden volgen. Bovendien had het land zware leningen aangegaan in de USA om zich militair uit te rusten tegen het aanvallende Duitsland. Deze kosten zou Duitsland dan ook moeten betalen. En... Frankrijk was uit op wraak, zuivere wraak voor het verlies tijdens de oorlog daarvoor, de Frans-Duitse oorlog 1870-1871 waarbij het land een zware nederlaag moest incasseren. Pittig detail tussendoor: de overwinning van Duitsland in die oorlog 1870-1871 werd bezegeld in Versailles. Het is dan ook heel symbolisch dat de vredesvoorwaarden na de Eerste Wereldoorlog eveneens in Versailles tot stand kwamen. Uit wraak wou Frankrijk de totale degradatie van Duitsland. Het Pruisisch gedomineerde land en grootmacht zou door voorwaarden gereduceerd worden tot een armoe-land. Clemenceau, de toemalige Franse Eerste-Minister, droomde van een continentaal Europa waar alleen Frankrijk het voor het zeggen zou hebben.

Groot-Brittannië was minder zwaar door de oorlog getroffen. David Lloyd George, Britse Eerste-Minister, ging enerzijds akkoord met Frankrijk wat de schadevergoedingen betreft aan dat land, vreesde anderzijds een hegemonie van Frankrijk in het continentale Europa. Lloyd George stelde zich dan ook voorzichtiger op en dwong Frankrijk tot compromissen.

ROND DIT THEMA
Volledige tekst   Verdrag van Versailles

14-punten-programma USA   toespraak 08/01/1918 van US-president tot US-Congres

Woodrow Wilson   levensloop van US-president

Georges Clemenceau   levensloop van Franse Eerste-Minister

David Llyod Geoge   levensloop van Britse Eerste-Minister
De USA stonden geheel anders tegenover de verzuchtingen van de twee andere grootmachten. US-president Woodrow Wilson bekommerde zich meer om stabiele vrede in Europa vanuit een economisch standpunt. Hem was het voornamelijk te doen om de handel tussen de USA en Europa en dus ook met het getroffen Duitsland. Die handel moest floreren en was hem veel belangrijker dan het gebekvecht over schadevergoedingen en wraak. Hij zette zich wel volledig achter de eisen tot schadevergoedingen. Immers alleen op die wijze kon hij vooruitzichten hebben op terugbetalingen van oorlogkredieten aan Frankrijk en Groot-Brittannië, alsook aan andere bondgenoten. Maar Duitsland mocht niet geheel 'afgebroken' worden, want een potentiële handelspartner voor de USA! Frankrijk zou dus moeten inbinden met zijn wraak-demontage van Duitsland. Reeds in januari 1918, tien maanden voor het einde van de oorlog had de US-president Woodrow Wilson een 14-puntenprogramma uitgewerkt. Dat hield het volgende in:

  • Bepaling van vredesverdragen en afschaffing van de geheimdiplomatie.
  • Volledige vrijheid van zeevaart en handelsvloot
  • Opheffing van alle tolbarrières
  • Afbouw van militaire uitrusting (naar Duitsland toe)
  • Regeling van de koloniale gebieden in de wereld
  • Erkenning van de soevereiniteit van het communistische Rusland (In die tijd zagen de USA nog geen vijand in het onbekende communisme dat slechts in 1917 ontstond in Rusland)
  • België moet militair door Duitsland ontruimd en hersteld worden (België was een van de zwaarst getroffen landen in de Eerste Wereldoorlog)
  • Frankrijk moet eveneens militair door Duitsland ontruimd worden en hersteld, alsook moeten de Elsas en Lotharingen terug aan dat land gegeven worden
  • De grenzen van Italië moeten vastgelegd worden naar het volkerenprincipe
  • Autonomie van de volkeren in Oostenrijk-Hongarije en wegwerking van elke onderdrukking aldaar
  • Herstelling van de soevereiniteit van Roemenië, Montegenrgro en Servië
  • Autonomie van de Osmaanse volkeren zonder onderdrukking en met doorvaart (economische maatregel) doorheen Bosporus en Dardanellen.
  • Oprichting van een Poolse staat met toegang tot de Oostzee (economische maatregel)
  • Oprichting van een “Algemene vereniging van naties” om vredesregelingen en conflicten op te lossen (de na de oorlog ontstane Volkerenbond)

Algemeen legde de US-president het accent op de soevereiniteit en onverdeeldheid van volkeren, uiteraard vanuit economische oogpunt. Men kan het Amerikaanse standpunt veel objectiever en volwassener zien dan de standpunten van Frankrijk en ook wel Groot-Brittannië

Vanuit de standpunten van deze drie grootmachten werden de vredesvoorwaarden van het Verdrag van Versailles vastgelegd. Morgen meer over de voorwaarden die zozeer het verloop van de Weimarer Republik zullen determineren.

 

WEIMARREPUBLIEK
Het ontstaan van het Verdrag van Versailles   (14 jan 2008)

De bepalingen van het Verdrag van Versailles   (15 jan 2008)

Staatsbestel naar de grondwet   (16 jan 2008)

Grondrechten en politieke partijen   (17 jan 2008)

Factoren die het de Weimarrepubliek moeilijk maakten   (18 jan 2008)

Een staatsgreep kondigt zich aan: de Kapp-putsch 1920   (21 jan 2008)

Kapp-putsch schijnbaar voltooid   (22 jan 2008)

Kapp-putsch mislukt, communisten lokken burgeroorlog uit   (23 jan 2008)

Oorlogskosten en het ultimatum van Londen in 1921   (24 jan 2008)

Oorlogskosten en het verdrag van Rapallo   (25 jan 2008)

De Duitse inflatie beginjaren twintig   (28 jan 2008)

De Rijnrepubliek   (29 jan 2008)

Het begin van de Ruhrbezetting   (30 jan 2008)

Ruhrbezetting 1923: verzet   (31 jan 2008)

Hyperinflatie 1923   (11 feb 2008)

Heropflakkering Rijnrepubliek 1923   (12 feb 2008)

Aanloop tot de Hitler-putsch   (13 feb 2008)

Hitler-putsch brengt hem in de gevangenis   (14 feb 2008)

Het Dawes-plan en de gouden jaren   (18 feb 2008)

Het einde van rijkspresident Friedrich Ebert   (19 feb 2008)

Paul von Hindenburg, conservatieve ommezwaai   (20 feb 2008)

Verdragen van Locarno verstevigen de vrede   (22 feb 2008)

Yound plan 1930   (28 feb 2008)

DNVP, extreem recht in de jaren twintig   (29 feb 2008)

Paul von Hindenburg en zijn camarilla   (03 maa 2008)

1930-1932: Eerste golf van ondemocratische maatregelen   (04 maa 2008)

1932: De democratisch Weimarrepubliek sterft   (05 maa 2008)

1932: De ultieme adrenalinestoot   (06 maa 2008)

1933: Hitler aan de macht   (07 maa 2008)

09-01-07

Hitler aan de macht


hitler

Adolf Hitler (1889-1945) ... na hem was de wereld niet meer zoals tevoren... de man die het Duitse volk een schandvlek bezorgde en de hele wereld in ellende bracht. Maar tegen Schillers woorden was hij niet opgewassen: Alle Menschen werden Brüder!

De beurscrash oktober 1929 in New York stortte de wereld in een economische apocalyps, niet in het minst Duitsland. Hitler zou ervan profiteren.

De beurscrash zette voornamelijk de zwakte van de Weimarer republiek in de verf. Was die republiek dan werkelijk zo zwak. Ja, jazeker. Zij werd opgericht na de novemberrevolutie (zie postings in deze dagen). Die revolutie maakte een einde aan het koninkrijk en keizerrijk der Pruisen. De socialisten waren de belangrijkste politici geworden. Zij vormden in 1919 een grote coalitie om een regering te hebben die met absolute meerderheid werkelijk 'absoluut' kon regeren om alle toestanden na de Eerste Wereldoorlog aan te kunnen. Die coalitie werd gevormd met enkele bourgeois-partijen.

De problemen (maar ook de tegenwind tegen de socialisten) in het Duitsland na de oorlog waren immers gigantisch:

    Vooreerst was er het verdrag van Versailles, de 'vredesovereenkomst' tussen de geallieerden en Duitsland. Dat verdrag werd gesloten 8 maanden na de wapenstilstand in november 1918. Voorwaarden waren o.a.: zware, zeer zware oorlogsschadevergoedingen van Duitsland aan alle betrokken landen. Gebiedsafstand aan meerdere aangrenzende landen, o.a. aan België (Malmédy, Eupen, en meer), en zware militaire beperkingen. Vooral de oorlogsschadevergoedingen waren gigantisch en verhinderden de Weimarer republiek om het volk uit de grote armoede te halen.

    En dan was er de fameuze dolkstootlegende. Daarbij had de opperste legerleiding ten onrechte de schuld voor de capitulatie van Duitsland in de schoenen van de socialisten geschoven. Het loont de moeite om die legende even te lezen in de postings over de novemberrevolutie, vooral die van gisteren 8 januari. Velen, zeer velen, bijna iedereen geloofde die 'legende'. En daar maakten de rechtsextremen, zij die de wens van het volk voor een 'sterke hand' wilden voldoen, gretig gebruik. De socialisten werden er voortdurend mee aangevallen. Maar niet alleen Hitler en andere rechtsextremen profiteerden van die legende, ook de bourgeois-partijen (deels in de regering van de Weimarer republiek) verweten de socialisten voortdurend en verhinderden aldus een goed functioneren van die regering en van de Reichstag.

    En ook de grondwet van de republiek maakte het haarzelf heel moeilijk. De rijkspresident had haast keizerlijke macht en kon het parlement op om het even welk moment ontbinden als hij dacht, dat de veiligheid of de orde van de republiek in gevaar was. Hij stelde steeds de kanselier aan naar eigen goeddunken. Vooral de tweede rijkspresident Paul von Hindenburg zou die macht gebruiken om anti-democratische krachten aan de macht te brengen. Want... niet alleen Hitler was een anti-democraat. Ook velen droomden van een herstel vvan de monarchie naar het oude voorbeeld van Otto von Bismarck, anti-democratisch met alle macht bij de keizer.

Dat alles maakte van de Weimarer republiek een heel zwak tijgertje, dat in niets opgewassen was tegen de opkomst van Hitlers partij, voooral ook omdat de regering steeds een valse vijand zag. De communisten werden bestreden, maar de rechts extremen werden haast steeds met rust gelaten. De eigenlijke oorzaak voor dit laatste ligt bij de rechters, die nog steeds de oude keizerlijke gerechtelijke macht vertegenwoordigden en aldus oordelen uitspraken in het voordeel van monarchisten of rechts radicalen. Even leek het beter te gaan in de jaren 1926-1929 (zie vorige posting over Hitler), maar de beurscrash in New York drukte het volk terug in de diepe miserie door massale werkloosheid en een nog groter tekort aan financiële middelen voor Duitsland. De Weimarer republiek stond nu letterlijk op het instorten: in 1930 ging 47,5 % van alle staatsinkomsten naar oorlogsschadevergoedingen! De regering kon niet anders dan de belastingen enorm verhogen en de vakbonden te verplichten zeer lage lonen te accepteren.

Duitsland kreunde, Hitler juichte, en Hitler profiteerde ervan om het volk op te jutten tegen de regering. De armer en armer worden massa smeekt om een "sterke mman". Zij heeft sinds 1930 geen vertrouwen meer in de eigen regering. Oorzaak daarvan was de strijd die binnen de regering was losgebarsten tussen monarchisten die een herstel van het oude kezerrijk wilden en daarbij een beperkte democratie nog zouden toelaten, en monarchisten die eerder streefden naar een dictatoriale monarchie. De democraten waren immers uit de regeringen uitgestoten door deze monarchisten die de rijkspresident overtuigden het juist voor te hebben. Paul von Hindenburg steunde deze monarchisten tegen de democratische partijen in. Bij verkiezingen in 1930, net voor de machtsovername dioor de monarchisten, kwam plots Hitler in de Reichstag (parlement). Een deel van het volk had hem gekozen, waardoor de NSDAP steeg van ongeveer 2% naar 18%. Daardoor kregen de monarchisten een vijand in hun zog. Zij probeerden dan alle middelen te benutten om Hitler af te zwakken. De ene monarchisten probeerden de NSDAP te verdelen, de andere probeerden hem te overtuigen in een regering te stappen om daardoor de populariteit van het volk deels voor zich te willen en daardoor Hitler af te zwakken. In 1932 was de NSDAP reeds gestegen met meer dan 30% bij steeds opnieuw georganiseerde verkiezingen. Hitler weigerde echter in een coalitie te stappen met de monarchisten. dezen konden echter niet meer regeren, omdat Hitler en ook de communisten de meerderheid hadden in het parlement en elke regering deden vallen. Paul von Hindenburg probeerde steeds opnieuw de monarchisten boven water te houden tegen Hitler, maar de regeringen mislukten door strijd tussen de twee soorten monarchisten. En als twee honden vechten voor een been, dan loopt de derde er mee heen. Hitler, die aldus elke regering kon doen vallen, had dan ook de echte macht in handen en gebruikte die om met een tot nu toe niet klaar gestelde truc de rijkspresident te overtuigen om hem aam tre stellen als kanselier. Dat gebeurde dan ook op 30 januari 1933.

Morgen beleven we Adolf Hitler als 'de machthebber'. De dictator ontplooit het 25-puntenprogramma...

Reeds verschenen in deze blog over Hitler:

Hitler Adolf Kinderjaren 7 nov 2006
Hitler Adolf Jeugdjaren 8 nov 2006
Hitler Adolf Hitler in Wenen 9 nov 2006
Hitler Adolf Militaire dienst in WOI 10 nov 2006
Hitler Adolf Psyche in de eerste 30 levensjaren 2 jan 2007
Hitler Adolf Hitlers agressie duwt hem in de politiek 3 jan 2007
Hitler Adolf Hitler maakt uit de DAP de NSDAP 4 jan 2007
Hitler Adolf Hitler grijpt naar de macht, belandt echter achter tralies 5 jan 2007
Hitler Adolf Hitler richt NSDAP opnieuw op en profiteert van beurscrash 1929 5 jan 2007