Henry van de Velde (1863-1957), rasechte Antwerpenaar, was de stuwende motor achter de Jugendstil in Duitsland. Deze Vlaamse schilder, ontwerper en architect is niet weg te denken als men aan de Duitse kunst denkt. Na de vlucht van Henry van de Velde uit Duitsland tijdens de Eerste Wereldoorlog, vestigde hij zich in Zwitserland samen met zijn gezin (zie vorige posting). Het afscheid van Duitsland zal hem zowel als zijn vrouw en kinderen veel leed gedaan hebben. Hij was immers een graag geziene kunstenaar in het land hier en kreeg opdrachten bij de vleet. Maar inderdaad, als Belg in een land wonen dat de oorlog verklaarde aan België... neen, dat veroorzaakte al te veel vijandigheid en daar leden de van de Veldes zeer onder. Vanuit Zwitserland trok hij verder naar Nederland waar hij in 1920 een heel belangrijke opdracht kreeg. Voor vele kunstminnaars was de aankomst van Henry in Nederland snel geweten, waaronder de familie Kröller-Müller. Deze familie stamt langs de zijde van de vrouw af uit een Duitse familie van grootindustriëlen. Zij wilden ten noordwesten van Arnhem, in Otterlo, een nieuw museum laten bouwen voor permanente tentoonstelling van werken van Van Gogh. Henry kreeg deze opdracht. Het museum bevat na het Van-Gogh-museum in Amsterdam het grootste aantal werken van deze schilder. Te bezoeken waar voor wie in de buurt van Arnhem komt. In 1925 kreeg Henry een aanbod vanuit België voor een leerstoel aan de universiteit van Gent als professor architectuur. Dat nam hij in dank aan. In die tijd nam ook de Belgische regering hem in dienst als kunstadviseur en werd hij o.a. directeur van het Institut supérieur des Arts Décoratifs in Brussel. Na reeds een aantal jaren professor te zijn geweest aan de universitait van Gent bekwam hij de opdracht om de boekentoren van de uni te ontwerpen, alsook werd hij gevraagd om mee te werken aan de bouw van de universitair ziekenhuis aldaar. Aan de Boekentoren werd gebouwd vanaf 1936 tot na de Tweede Wereldoorlog. In 1936 ontwierp hij ook de Technische School van Leuven, nu het bibliotheeksgebouw "De twee bronnen". Ja, werk had Henry genoeg. Hij kreeg in die jaren '30 ook nog opdrachten uit Duitsland en zelfs uit Letland. Zijn woonst bleef al die jaren in Brussel. Merkwaardige opdrachten waren het ontwerp van een zeeschip, alsook meerdere spoorwegwagons voor de Belgische Spoorwegen. Trouwens... de zo typische "B" van de NMBS is eveneens een ontwerp van hem. In de Tweede Wereldoorlog wou hij nog steeds zijn kunstopdrachten uitvoeren en liet zich verleiden tot de benoeming van "Conseiller esthétique de la reconstruction" onder de Duitse bezetting van België. Het hoeft geen betoog, dat dit bij de Belgen niet in goede aarde viel. Hij werd bij het oorlogseinde dan ook als een collaborateur beschouwd. Dat maakte zijn positie in dat land zo goed als onmogelijk, en... voor de tweede maal in zijn leven stond hij voor een vlucht: In 1917 vluchtte hij uit het oorlogsvoerende Duitsland en na de Tweede Wereldoorlog uit zijn vaderland. Hij vlucht naar Zwitserland. Daar verbleef hij de overige levensjaren en stierf in Zürich op de mooie leeftijd van 94 jaar. Tot daar het verhaal van een uitzonderlijk kunstenaar. Ter informatie: Henry schreef in Zwitserland de memoires van zijn leven. Dat boek heet "Geschichte meines Lebens", uitgegeven door het Piper Verlag, laatste verschijning in 1986.(ISBN onbekend). Op deze blog verschenen over Henry van de Velde:
|