Henry van de Velde (1863-1957), rasechte Antwerpenaar, was de stuwende motor achter de Jugendstil in Duitsland. Deze Vlaamse schilder, ontwerper en architect is niet weg te denken als men aan de Duitse kunst denkt. Henry had de Arts and Crafts ontdekt van William Morris in Engeland. Dat was, zoals in de vorige posting aangegeven, in het begin van de jaren negentig. Hij was er werkelijk door gefascineerd omdat die stijl resoluut brak met de klassieke stijlen in de kunst en ook brak met het monotone van de industriële produkten. Morris maakte hem o.a. duidelijk dat het tijd was om af te stappen van massaal geproduceerde monotone fabrieksprodukten. Henri zocht daarop meer op over deze nieuwe kunst, deze "Art Nouveau". Zo kwam hij in contact met de Art Nouveau van Victor Horta, een vooraanstaand Belgisch kunstenaar. Ook van hem leerde hij wel wat. Henry's passie voor die stijl groeide zozeer, dat hij sinds 1892 zijn schilderwerk beetje bij beetje opgaf en overschakelde naar architectuur en kunst voor alles wat met het interieur van huizen te maken had. Hij volgde daarin duidelijk William Morris: alles in en om het huis moest associëren met elkaar (zie vorige posting). De Engelse invloed zou hem levenslang begeleiden. In 1894 had hij zijn schilderwerk helemaal opgegeven en publiceerde een opmerkelijk boek over de Art Nouveau. Een jaar later bouwde hij zijn eigen huis in Ukkel, in de Vanderalylaan. Dat zou een revolutionair huis worden, afwijkend van elke klassieke bouwstijl. Het werd een gebouw waar elke rechtlijnige lijn taboe werd, in de mate dat de bouwkunst, de architectuur het toeliet. Dat is een van de belangrijkste kenmerken van zijn huis, de "Bloemenwerf" zoals hij het noemde. De lijnen moesten immers een meer natuurlijke loop krijgen, stelde Henry. "Natuurlijk" wil zeggen: een lijn laten lopen waarheen ze van nature uit wil, bochten nemend waar ze heen evolueert, nooit rechtlijnig. Ergens liet Henry de lijn domineren over hemzelf. Hij volgde de lijn in plaats van haar te dirigeren. In zijn huis in Ukkel past hij die volgzaamheid op de natuurlijke loop van lijnen toe zoveel hij kan. De enige beperking in deze is de wetmatigheid van de architectuur. Als compensatie voor de noodzakelijke rechtlijnige achitectonische structuren zoekt hij de natuurlijke loop van de lijn in de meubels, in de decoratieve elementen van deuren en ramen en in meer dergelijke interieurelementen. In latere woningen zal hij die wetmatigheid van het rechtlijnige in de architectuur nog meer uitdagen om zich aan te passen, om ook de natuurlijke loop van lijnen te volgen. Zijn werk werd weldra beroemd. Vele vertegenwoordigers van de Art Nouveau trokken er heen, zoals een zekere Samuel Bing. Die man was een kunsthandelaar uit Parijs en een van de belangrijkste stuwkrachten van de Art Nouveau in Europa. Van Bing leerde Henry nog veel meer. Bing voerde immers Japanse vazen in en daarin zag Henry werkelijk de natuurlijke loop van lijnen zoals in de Japanse weergave van bloemen en vrouwen. Er ontstond een nauwe vriendschap tussen Henry en Bing. Maar toch kon Henry zich distanciëren van Samuel Bing in die zin, dat hij meer gewonnen was voor abstracte voorstellingen dan wel voor bloemen, vogels en vrouwen uit de Japanse kunst. Ergens bleef Henry hangen bij de meer koele stijl van de Britten... van William Morris. Daardoor kwam hij regelrecht in botsing met Victor Horta, die eerder een afkeer had van Engelse stijlen. Ja, Henry kreeg dra tegenwind in België. Victor Horta zag een samenwerking niet zitten. En meer... het Belgische publiek was helemaal niet rijp voor deze vreemdaandoende Art Nouveau. Waar hij wel positieve weerklank vond, dat was in de Jugendstil in Duitsland. Zijn Duitse geestesgenoten waren gewoon enthousiast voor zijn weergave van de Art Nouveau, de Jugendstil op zijn Duits. Hij werd weldra uitgenodigd op de Jugendstiltentoonstelling in Dresden in 1897, waar hij ook een paar werken aan levert. Daar leert hij een zekere Harry Kessler kennen. Deze man was helemaal geen kunstenaar maar wel een graaf hij de hogere kringen van de Duitse samenleving. Kessler had vele jaren doorgebracht in Frankrijk en Engeland en had daar reeds de Art Nouveau ( de Arts and Crafts) leren waarderen. In Dresden was hij dan ook gefascineerd door de visies van Henry van de Velde over de meer abstracte doelen van zijn kunst, door de meer sobere stijl ook van de Engelse versie van de Jugendstil. Het is voor Harry Kessler dat Henry zijn beroemde kandelaar maakte in datzelfde jaar 1898: uit metaal en met haast geen enkele rechte lijn (alleen de centrale as van de kandelaars bleef nog vrij recht)... een ware compositie van vloeiende gehelen, alsof het metaal zijn natuurlijke loop mocht gaan. Met één slag werd Henry een bekendheid in Duitsland en kreeg hij opdrachten van vele begoede Duitsers zoals in Keulen, in Krefeld, in Hagen, in Berlijn. De bijval in Duitsland en de afwijzende houding in België leidden ertoe, dat hij in 1890 resoluut koos voor Duitsland en verhuisde naar Berlijn. Morgen vervolgen we de reeks met zijn eerste jaren in Duitsland. Op deze blog reeds verschenen over Henry van de Velde:
|