Henry van de Velde (1863-1957), rasechte Antwerpenaar, was de stuwende motor achter de Jugendstil in Duitsland. Deze Vlaamse schilder, ontwerper en architect is niet weg te denken als men aan de Duitse kunst denkt. Henry werd geboren in 1863. Zijn geboortestad Antwerpen was een metropool in het nog piepjonge België. Opgroeiend maakt hij snel kennis met de grote omwentelingen in die tijd. Toenemende industrialisaties en sociale onrusten. In een stad als Antwerpen voelde men dat maar al te zeer. Toch liet hij zich als jongeling weinig beïnvloeden door die stromingen in de samenleving en zocht eerder de rust op van een kunstacademie. In de Antwerpse kunstschool studeerde hij schilderkunst en had o.a. de befaamde Vlaamse schilder Charles Verlat als leermeester. Maar ondanks zijn eerdere toeneiging tot rust in de schilderkunst dan wel de agitaties op straat, kon hij aan dat laatste niet ontsnappen. Meer zelfs... beetje bij beetje ervoer hij dat de klassieke schilderopleiding in de academie niet klopte met de evoluties binnen de maatschappij, evoluties van vernieuwing. Als jonge twintiger zocht hij dan ook kunstuitingen die meer vernieuwend werken dan wel kopiërend uit de verstarde klassieke stijlen. Daartoe trok hij een jaar naar Parijs, waar hij veelvuldige contacten had met schilder Charles Carolus-Duran. Deze was een portraitist en had zich reeds decennia terug afgekeerd van het zuiver kopiëren van oude stijlen. Maar toch had Henry nog geen bevrediging gevonden voor zijn honger naar echte en vooral 'totale' verniewing. Dat begrip 'totaal' zou weldra duidelijk worden... Terug in België hoorde hij van een James Ensor en een groep van schilders in Brussel, die protesteerden tegen de starre opleidingen en visies van kunstacademies. Die groep, Les XX, viel dan ook onmiddellijk in zijn smaak. Daar vergaderden regelmatig grote namen als James Ensor en discuteerden onder elkaar over vernieuwing in de schilderkunst. In een eigen "Salon des XX" exposeerden ze hun werken. Henry leerde er het pointillisme beheersen en haalde ware successen. Dat was zo rond het jaar 1889-1890. Ja, zijn honger naar vernieuwing was deels bevredigd, maar nog niet zo 'echt'. Daar zou verandering in komen door berichten over een zekere William Morris in Engeland. Die stuwde een totaal nieuwe vorm van kunst: een 'totale' kunst, als het ware. Met andere woorden, Morris wou kunst in al zijn toepassingsdomeinen: in het schilderwerk als decoratie van ruimtes, ruimtes als een geheel van een eigen te ontwerpen gebouw, meubels aangepast aan dat gebouw, tapijten die associeerden met dat alles, bestek en vazen en noem maar op... alles moest associëren met elkaar en... wellicht veel belangrijker: in niets mocht nog het klassieke van de kunst te herkennen zijn of het monotone van de industriële producten. Hij noemde die kunstuiting Arts and Crafts. Wel, dat stond Henry van de Velde nu eens meer dan 100 % aan. De gevolgen van die ontmoeting met William Morris zien we morgen.
|