16-04-08

Oorlogsschuldvraag: julicrisis 1914, eerste deel

weimar
Oorlogsschuldvraag

De julicrisis 1914, eerste deel

Na de Eerste Wereldoorlog 1914-1918 werd voor het eerst in de geschiedenis de oorlogsschuldvraag gesteld om daaruit een schadevergoeding te eisen van de agressor. Dat feit heeft Duitsland nooit echt verkropt en blijft tot op de dag van vandaag een hekel punt. Wie is immers verantwoordelijk voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog? Het antwoord op die vraag zal in de loop van deze serie gezocht worden. Na die oorlog werd de verantwoordelijkheid voor een oorlog nog slechts overwogen in functie van de Rechten van de Mens en de UNO- besluiten . Hoe zat het voor de Eerste Wereldoorlog? Welke soort oorlogen werden gevoerd doorheen de mensheid en in welke mate werden ze moreel aanvaard? Bestonden er wetten ter regeling van een oorlog? Welke rol spelen de USA tegenwoordig in oorlogen en worden ook zij geconfronteerd met een oorlogsschuldvraag? Tal van vragen waarop in deze reeks ingegaan wordt, met uiteraard een groot accent op het unieke van de schuldvraag voor de Eerste Wereldoorlog en de gevolgen ervan. Ter verduidelijking. deze reeks behandelt de oorzaak en aanleiding en doel van een oorlog, niet het oorlogsrecht tijdens een oorlog.

Om de schuld voor de Eerste Wereldoorlog zo goed mogelijk in te kunnen inschatten is het wellicht belangrijk om het chronologisch verloop van de julimaand 1914 te kennen. Het is immers al te simpel om te stellen dat de aanslag op de Oostenrijkse kroonprins in Sarajewo zomaar een wereldoorlog heeft doen ontketenen.

Wat voorafging aan de julicrisis 1914

Op het einde van de 19de eeuw bestonden zes grootmachten in Europa: Groot-Brittannië, Frankrijk, Duitsland (lees Pruisen), Oostenrijk-Hongarije, Rusland en het Osmaanse Rijk. Elke grootmacht was wantrouwig tegenover de andere.

1879: Duitsland sluit een pact met Oostenrijk-Hongarije voor wederzijdse hulp bij conflicten met andere grootmachten.

ROND DIT THEMA
Schlieffenplan   Duits oorlogsplan

Plan XVII   Frans oorlogsplan

HMS Dreadnought   Brits vlaggenschip

Helgoland-vloot   sDuitse marine

1892: In Duitsland ontstaat het Schlieffenplan van generaal Alfred von Schlieffen ter vergroting van de macht van Pruisen op het continent. Frankrijk en Rusland zouden daarbij afgezwakt worden door middel van een oorlog. Daarbij plande Schlieffen een tweefrontenaanval, zich baserend op de snelheid ter mobilisatie. Dat laatste was immers een wapen in het voordeel van Duitsland. Pruisen had een zeer uitgebreid net van spoorwegen aangelegd waardoor een snelle mobilisatie steeds mogelijk was. Bovendien heerste reeds uit de tijd van de grote Pruisische koningen in de 18de eeuw de paraatheid van troepen zelfs in vredestijd. Dat alles bestond niet in Frankrijk en in Rusland. Een verrassingsoorlog speelde dan ook in het voordeel van Pruisen. Het plan van Schlieffen voorzag een trage mobilisatie in Rusland. Een aanval op Frankrijk zou daarbij tot snel succes moeten leiden, waarna het plompe Rusland aangevallen kon worden. Ter verschalking van de Franse troepen – die zich sinds de Frans-Duitse oorlog concentreerden aan de grens met Duitsland over de lijn Verdun-Belfort – zouden Duitse troepen in een boog vanuit het westen en zuiden aanvallen. Daartoe was schending van de neutraliteit van België een noodzaak. Alleen door middel van die schending konden troepen via West-Frankrijk rondom Parijs naar het zuidoosten trekken en daar de Franse troepen in de rug aanvallen. Dat plan werd klaar gehouden voor in het geval een gunstige gelegenheid zich zou voordoen.

1894: Frankrijk vreest Pruisen en sluit een pact met Rusland voor wederzijdse hulp.

1898: Frankrijk bereid Plan XIV voor. Dit voorzag een aanzienlijke verhoging van de troepen op de verdedigingslijn Verdun-Belfort.

1904: Frankrijk sluit eveneens een pact met Groot-Brittannië.

1906: Rusland is sinds 1905 erg verzwakt door de Russische-Japanse oorlog. Daardoor wordt het Schlieffenplan in Duitsland gecorrigeerd. De zwakte van Rusland liet immers meer troepen toe aan een mogelijk westfront (Frankrijk) bij een te voeren oorlog. Bovendien werd het gevaar groter, dat Engeland (dat een pact met Frankrijk gesloten had) zou tussenkomen bij schending van de neutraliteit van België.

HMS Dreadnought
grootbeeld

HMS Dreadnought , vlaggenschip van de Britse marine in het begin van de 20ste eeuw

1906: In datzelfde jaar besluit Engeland om haar vloot versneld te moderniseren. De HMS Dreadnought werd het vlaggenschip van de Britse marine, ultra-modern schip in die tijd met wijd reikend kanon.

1907: Groot-Brittannië sluit een pact met Rusland voor wederzijdse bescherming. Daarmee was de Entente tussen GB, Frankrijk en Rusland een feit.

1909: Pruisen voelt zich ingesloten door die Entente en door de steeds maar actiever wordende Britse vloot. Sinds 1907 heeft het land dan ook haar vloot gemoderniseerd met culminatie in de reeks Helgoland-Klasse oorlogsschepen, een antwoord op de HMS Dreadnought.

1913: na een aantal correcties van Frankrijk aan het Plan XIV ontstond het Plan XVII waarbij bovenop de verdediging van de oostgrens de plannen van president Poincaré uitgetekend worden om Duitsland te verzwakken (zie een vorige posting).

1914: Duitsland sluit een pact met het Osmaanse Rijk ter wederzijdse bescherming. Daarmee is het blok der middenmachten ook volledig.

Kijk toch eens aan: elke grootmacht was dronken van wantrouwen en elkeen was klaar voor een conflict dat niet te vermijden zou zijn. Pruisen leek hierbij het meest oorlogszuchtig, maar ook Frankrijk had (wellicht door die oorlogszucht van Pruisen) een eigen aanvalsplan ontwikkeld. En op zekere wijze had Groot-Brittannië Pruisen uitgelokt door de versnelde en agressieve modernisering van de Britse marine. Pruisen was van die uitlokking overtuigd. Tenslotte dreven ook de banden tussen GB, Frankrijk en Rusland het Pruisische Rijk in het nauw.

De julicrisis 1914

In 1914 waren aldus alle batterijen geladen. Een vonk zou volstaan...

28 juni 1914: Daar is de vonk! In Sarajewo (hoofdstad van het door Oostenrijk-Hongarije geannexeerde Bosnië) worden de Oostenrijkse kroonprins en zijn vrouw vermoord. Dra bleek dat de Servische jeugdbeweging Mlada Bosna ervoor verantwoordelijk was. Oostenrijk-Hongarije ging ervan uit dat de Servische geheimdienst "Zwarte Hand" er achter zat, gedekt door de Servische minister-president. Servië was een onafhankelijke staat waarvan echter delen geannexeerd waren door Oostenrijk-Hongarije en bovendien was Servië uit op het bezit Bosnië. Rusland heeft Servië steeds gesteund in haar streven naar een Groot-Servië. Voor Rusland was dat Balkanland een ideale vazalstaat en ook de gemeenschappelijke orthodoxe godsdienst speelde een rol voor het tsarenrijk, temeer daar voordien het Osmaanse Rijk met zijn islam grote delen van de Balkan onder zijn controle had.

5 juli 1914: Duitsland zag het gevaar vanuit Rusland. Bij een eventuele reactie van Oostenrijk-Hongarije op Servië zou Russische tussenkomst niet te vermijden zijn. De Pruisische keizer Wilhelm II liet daarom vanuit de geest van het pact met Oostenrijk-Hongarije een telegram sturen naar de Duitse ambassadeur in Wenen met de inhoud: "In overeenstemming met zijn bondsverplichtingen en zijn oude vriendschap moet Duitsland trouw zijn aan Oostenrijk-Hongarije." Deze telegram was dan ook onverbloemd een blanco-volmacht voor Wenen om te reageren op Servië. Duitsland heeft daarvoor onmiskenbaar de aanstoot gegeven. Op 6 juli 1914 zou keizer Wilhelm II gesproken hebben met de woorden "Het voor ons gunstige moment moeten we benutten!" Naar enkele historici zou echter Wilhelm II niet gerekend hebben met een Europees conflict en er ook niet op aangestuurd hebben, maar slechts vanuit plichtsgetrouwheid aan Wenen alle steun gegeven hebben. Die mening is misschien niet objectief, gezien vele Duitse historici niet vies waren van een vooringenomenheid tegenover het Duitse keizerrijk in de jaren na de oorlog.

Raymond Poincaré

Frans president Raymond Poincaré op weg naar tsaar Nikolaas II in Sint-Petersburg

20/23 juli 1914: Tussen 5 en 20 juli bleef een gespannen sfeer heersen, hoewel Oostenrijk-Hongarije nog steeds geen revanche had genomen voor de moord op de kroonprins. Frankrijk echter was er niet gerust in en president Poincaré besluit op 20 juli naar Sint-Petersburg in Rusland te reizen om onder vier ogen met tsaar Nikolaas II te praten. De contacten tussen die twee liepen over drie dagen. De inhoud van de gesprekken is niet bekend. Op 23 juli gaven beide staatshoofden enkel een gezamenlijk communiqué uit, waarbij de bond van wederzijdse militaire steun bevestigd werd. Het is dan ook een gissen naar de inhoud van de gesprekken. Mogelijk – waarschijnlijk – zal tsaar Nikolaas II zeer voorzichtig een standpunt ingenomen hebben bij de mogelijkheid dat Wenen Servië zou aanvallen en dat dan zijn land tussenbeide zou komen aan de zijde van Belgrado. Hij wist immers al te zeer dat zijn troepen verzwakt waren na de oorlog met Japan. Die houding kan men verstaan, rekening houdend met de wens van de tsaar om op wereldvlak oorlogen te regelen in een conferentie in Den Haag (in 1899 en in 1907). Op die conferenties waren reeds meerdere landen zover, dat een overeenkomst zou gesloten worden op een ultieme samenkomst in 1915. Zou het kunnen, dat de Franse President Poincaré op de hoogte was van de telegram van de Pruisische keizer aan Wenen en vanuit dat gegeven bij Rusland aandrong om zo snel mogelijk te mobiliseren en aldus Pruisen voor te zijn, met de wetenschap dat Frankrijk Rusland terzijde zou staan?

23 juni 1914: Oostenrijk-Hongarije verneemt het communiqué van Poincaré en Nikolaas II en ziet er inderdaad een gevaar in voor onmiddellijke mobilisatie van Rusland. Om dat voor te zijn, stelde Wenen plots een ultimatum aan Belgrado. Binnen de 48 uren moest Servië de daders van de aanslag op de Oostenrijkse kroonprins en alle personen die er achter stonden zwaar bestraffen en bovendien moest Servië beloven om met Oostenrijk samen te werken in het bestrijden van Servische separatisten op Oostenrijkse bodem (delen van Servië die eerder geannexeerd waren). Groot-Brittanië zag het gevaar en organiseerde onmiddellijke samenkomsten ter afkoeling. Daarbij toonde de Duitse rijkskanselier Behtmann-Hollweg op aanraden van keizer Wilhelm II grote bereidheid om een conflict te voorkomen. Hier zien we een dubbele houding van Duitsland. Alles wees erop dat Berlijn Wenen aanspoorde en steunde om wraak te nemen op Belgrado, en tegelijk onderhandelde Berlijn op de samenkomsten met Londen om het conflict te voorkomen...

In de volgende posting komen de allerlaatste dagen voor het uitbreken van de oorlog aan bod. Deze posting verschijnt overmorgen vrijdag.

 

OORLOGSSCHULDVRAAG

18:20 Gepost door Sebastian in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) | Tags: oorlogsschuld, eerste wereldoorlog |  Facebook |

Commentaren

Er wordt in bovenstaande reactie vooral gesproken over Pruisen en niet over Duitsland. Lag de beslissingsmacht enkel bij de Pruisen? Wat hadden b.v. Beieren of Wurtenberg in de pap te brokken?

Gepost door: Bart | 14-10-09

De commentaren zijn gesloten.