08-04-08

Taalhulp: hoofdletters (deel 3)

bild4
Spelling

Het gebruik van hoofdletters

Het gebruik van hoofdletters in de Duitse taal is enerzijds sterk gelijkaardig aan het gebruik ervan in het Nederlands, anderzijds zeer verschillend, vooral wat de substantieven en gesubstantiveerde woorden betreft. Niet steeds is er klaarheid te bespeuren. In een reeks berichten op dinsdag worden alle regels in dit verband nog eens overlopen. De laatste spellingsregels sinds augustus 2006 vormen hier de basis. Voorbeelden stammen allen uit het officiële besluit er rond.

Bij vaste woordgroepen wordt uiteraard de eerste letter van de substantieven ervan met een hoofdletter geschreven. Voorbeelden:

  • auf Abruf
  • in/mit Bezug auf
  • im Grunde
  • auf Grund (auch aufgrund)
  • etwas außer Acht lassen
  • zu Hilfe kommen
  • Auto fahren
  • Folge leisten
  • jemandem Angst (und Bange) machen
  • eines Abends (aber abends)
  • des Nachts(aber nachts)

Maar bij vaste woordgroepen uit vreemde talen, die als een bijwoordelijk geheel gebruikt worden, schrijft men nooit hoofdletters. Voorbeelden:

  • a cappella
  • à discrétion
  • de jure
  • de facto
  • ex cathedra

Getalsubstantieven worden eveneens met een hoofdletter begonnen. Voorbeelden:

  • ein Dutzend
  • das Paar (aber ein paar = einige)
  • das erste Hundert Schrauben
  • eine Million

Tijdsaanduidingen na de bijwoorden vorgestern, gestern, heute, morgen, übermorgen worden eveneens met een hoofdletter begonnen. Voorbeelden:

  • Wir treffen uns heute Mittag.
  • Die Frist läuft übermorgen Mitternacht ab.
  • Sie rief gestern Abend an.

Woorden die een eigenschap van een substantief hebben, maar als gezegde in de zin gebruikt worden, schrijft men nooit met hoofdletter. Hier gaat bijvoorbeeld het om angst, bange, feind, freund, gram, klasse, leid, pleite, recht, schuld, spitze, unrecht, weh . Voorbeelden:

  • Mir wird angst.
  • Uns ist angst und bange.
  • Wir sind ihr gram.
  • Sein Spiel ist klasse.
  • Mir ist das alles leid.
  • Die Firma ist pleite.
  • Das ist mir recht.
  • Er ist schuld daran.

De woorden recht, unrecht mogen zowel met een hoofdletter als met een kleine letter beginnen, indien zij bij de volgende werkwoorden staan: behalten, bekommen, geben, haben, tun. Voorbeelden:

  • Ich gebe ihm recht.
  • Ich gebe ihm Recht.
  • Du tust ihm unrecht
  • Du tust ihm Unrecht

Vaak is het eerste deel van een samengesteld werkwoord een substantief. Indien dit werkwoord bij vervoeging in twee of meer afzonderlijke woorden geschreven wordt, dan gebruikt men geen hoofdletter voor dat substantiefbestanddeel. Voorbeelden:

  • Ich nehme daran teil (teilnehmen).
  • Die Besprechung findet am Freitag statt (stattfinden).
  • Die Stadt stand kopf (kopfstehen).
  • Man konnte ihm ansehen, wie leid es ihm tat (leidtun).
  • Es nimmt mich wunder (wundernehmen).

Bijwoorden, voorzetsels of voegwoorden worden wel eens opgebouwd uit een substantief, dat een "-s" of "-ens" uitgang krijgt. Het spreekt voor zich dat men deze bijwoorden, voorzetsels of voegwoorden nooit met een hoofdletter schrijft. Voorbeelden:

  • abends
  • anfangs
  • abseits
  • seitens

Ook voorzetsels die eigenlijk bestaan uit een substantief, schrijft men met kleine letter, gezien het voorzetsels zijn. Voorbeelden

  • dank seiner Tochter
  • kraft ihres Amtes
  • um des Sohnes willen

De onbepaalde telwoorden ein bisschen, ein paar worden steeds met kleine letters geschreven. Voorbeelden:

  • ein bisschen Leim
  • dieses kleine bisschen Leim
  • ein paar Steine
  • diese paar Steine

Maar indien u bijvoorbeeld wil wijzen op een paar schoenen als zijnde een paar, en geen twee afzonderlijke schoenen, dan gedraagt het woord "paar" zich als een substantief. Voorbeeld:

  • ein Paar Schuhe

Getallen als breuk worden met kleine letter geschreven, indien zij een telwoord zijn voorafgaande aan een substantief, Maar men schrijft hen beginnend met een hoofdletter, als zij als een substantief in de zin voorkomen. Voorbeelden:

  • ein zehntel Millimeter
  • ein viertel Kilogramm
  • in fünf hundertstel Sekunden
  • nach drei viertel Stunden

Maar:

  • ein Drittel
  • das erste Fünftel
  • neun Zehntel des Umsatzes
  • um drei Viertel größer

Volgende dinsdag wordt dit thema verder behandeld.

 

10:48 Gepost door Sebastian in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: taalhulp, duits, spelling, hoofdletters |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.