06-04-08

Pausen onder Duitse keizers: plaatsbekleder van Christus

Vatikan
Pausen onder Duitse keizers

Paus als plaatsbekleder van Christus

De adel had Europa gedurende eeuwen en eeuwen letterlijk in zijn bezit en zocht steeds macht uit oefenen op de pausen. In deze reeks worden de pausen belicht, die geregeerd hebben tijdens het bestaan van het Heilige Roomse Rijk (het Eerste Duitse Rijk). De wederzijdse beïnvloeding van pausen en Duitse keizers komt hier aan het licht, samen met alle corruptie en machtsmisbruik van dien. Of hoe de katholieke kerk zeer geschaad werd door de wederzijdse machtspositie van keizers en pausen.

In het beschrijven van de pausen onder Duitse keizers zijn we gekomen aan een niet onbelangrijke paus: Innocentius III, opvolger van paus Celestinus III, die in de vorige posting van deze reeks besproken werd. Met Innocentius III stappen we de 13de eeuw in, en het merkwaardige aan deze figuur is: enerzijds startte met hem de inquisitie definitief en anderzijds is hij de man, die een paus als "plaatsbekleder van Christus op aarde" bestempelde. Deze twee punten zullen aan bod komen in de eerstvolgende postings. Vandaag zijn verklaring van paus als plaatsbekleder van Christus.

Hoe is het ambt van paus totstandgekomen? Tja, daarvoor moeten we naar de roots van de christelijke kerken.

De eerste eeuw na Christus

De christelijke gemeenschap is ontstaan rond de wandelprediker Jezus van Nazareth, die zichzelf bewees als zijnde een zoon van god. Hij beklemtoonde in heel zijn wandelprediking het aspect van god als liefde, respect en barmhartigheid. Hij had een zeventigtal volgelingen waaronder de twaalf apostelen. Een hiërarchie bestond in die groepering niet. Jezus van Nazareth plaatste zichzelf niet boven de anderen, hoewel die anderen hem zagen als een profeet of ook wel als een opstandeling tegen bepaalde joodse krachten.

Het is pas na de dood van Christus en na zijn verrijzenis, dat apostelen en volgelingen hem erkenden als zijnde 'de zoon' van god, of god in mensengedaante. Daarvan waren ze vanaf dat moment overtuigd en verkondigden dit ook aan de joodse samenleving in Israël. Het uitzwerrmen van de apostelen over het Nabije Oosten verspreidde die opvattingen en veroorzaakte een losscheuring uit het jodendom. De christelijke wereld ontstond. Enige jaren na de dood van Christus kwam Paulus op het toneel en verkondigde de dood en verrijzenis van Christus in haast heel de toenmalig bekende wereld. Naar verluidt zou ook de apostel Thomas de 'blijde boodschap' overgedragen hebben naar India. Er ontstonden daardoor vele kerkgemeentes overal in het Nabije Oosten, in het Romeinse rijk, in Afrikaanse rijken tot in Ethiopië toe en zelfs gemeentes tot in India toe. Door die enorme groei was een zekere hiërarchie noodzakelijk geworden. Zo werd over elke gemeente van christenen een diaken aangesteld. Deze had voornamelijk de taak om te waken over de getrouwheid van de leer en over het verdelen van gelden aan de armen. Plaatselijk noemde men die diakens ook 'episcopos' (bisschop). Het waken over de getrouwheid aan de basisleer van de christelijken werd uitgeoefend door de 'presbyters', dat waren de 'oudsten'. Aanvankelijk werd die taak toevertrouwd aan de verzameling van apostelen in Jeruzalem.

Die raad van apostelen werd vrij snel uitgebreid met enkele andere volgelingen. Hij werkte steeds met consensus. Er was geen enkele het echte hoofd van die raad, hoewel Petrus, Jacobus (een familielid van Jezus van Nazareth) en Johannes een invloedrijke inbreng hadden. Het werken met consensus betekende, dat nieuwe inzichten slechts aanvaard werden, wanneer allen in de raad ermee akkoord gingen of zich erbij neerlegden. Christenen uit om het even welke gemeente – waar ook – konden problemen aanbrengen naar die raad in Jeruzalem toe.

Dat alles weten we uit brieven van Paulus en uit beschrijvingen van Lucas. Deze werken stammen allen uit de tijd van 54 na Christus tot 90 na Christus.

Tweede en derde eeuw na Christus

Weldra werd de christelijke wereld al te groot. Een christelijke gemeente kom zich uitstrekken over een hele stad. Daarom werd het ambt van diaken los gekoppeld van dit van bisschop. De diaken bleef verantwoordelijk voor de bedeling van de armen en voor het missiewerk. De episcopos (bisschop) werd de eigenlijke leider van de gemeente, predikte en vierde de gezamenlijke maaltijden (eucharistie). Hij werd bijgestaan door presbyters (ouderen). Deze predikten eveneens. Maar bij het verder aangroeien van een gemeente volstond het niet, dat een bisschop de maaltijden (de eucharistie) voorzat. Daarom kregen de presbyters het recht om een eucharistie voor te zitten. Men noemde hen dan priesters, de vertegenwoordigers aldus van de bisschop.

Weldra ontstonden in steden meerdere christelijke gemeentes, elk met hun hoofd, de bisschop. Om dergelijke steden te leiden werd een hoofdbisschop aangesteld. Die was verantwoordelijk voor de juistheid van de christelijke leer in alle gemeentes van de stad. Men noemde hem de 'metropoliet'

Nog later in deze eerste eeuwen werden bisschoppen aangesteld om het geheel van bisdommen over een hele landstreek te beheren, steeds met de bedoeling om de juistheid van de christelijke leer te handhaven. Dat handhaven van de leer zou leiden tot het begrip ketterij voor alles wat afweek van de vooropgestelde leer (daarover volgt meer in een posting komende zondag). Deze overkoepelende bisschoppen voor een hele landstreek noemde men "patriarchen", ook "pausen" genaamd. Hier zijn we aldus bij het basisbegrip "paus" terechtgekomen...

In die eerste eeuwen ontstonden aldus enkele centra in de christelijke wereld, waar een paus (patriarch) de leiding der kerk had. Dat waren Jerusalem, Constantinopel, Antiochia, Alexandria en Rome. Die pausen waren gelijk in rang en organiseerden gezamenlijk concilies, waarbij nieuwe inzichten in het christelijk geloof besloten werden op basis van consensus, net zoals in het prilste begin van het christendom.

Vierde, vijfde en zesde eeuw: Pontifex Maximus

In elke van de vijf patriarchaten was de patriarch de opvolger van de allereerste bisschop van de patriarchaatszetel. Zo was bijvoorbeeld de patriarch van Rome de "Opvolger van Petrus", omdat men vermoedt (zonder zekerheid weliswaar) dat de apostel Petrus zijn laatste levenstijd in Rome had doorgebracht en hij de allereerste bisschop van Rome was. Nu was het in dat westelijk deel van de christelijke wereld niet de gewoonte om de patriarch "paus" te noemen, zoals dit wel was in de vier andere patriarchaten. Het is pas patriarch Siricius (385-399) die zich "paus" noemde, naar analogie aldus met de vier anderen. Elke patriarch van Rome had dan ook drie titels: patriarch, paus en opvolger van Petrus.

Op het einde van de vierde eeuw na Christus wijzigde zich iets opmerkelijks in de christelijke wereld. Het christendom werd in 380 door de Romeinse keizer Theodosius I verheven tot staatsgodsdienst. Dat 'verheffen' slaat op de plots ontstane wereldlijke macht van de patriarch van Rome en van de bisschoppen in die westelijke kerk. Ja... plots had een patriarch van Rome echte "macht". Dat hield ook in, dat vanaf dan misbruiken binnen het westelijke patriarchaat schering en inslag werden.... Door het aannemen van structuren uit het staatsbestel werd meer en meer afgestapt van besluiten bij consensus. Er werden in dat westelijk patriarchaat besluiten genomen binnen enge kringen, vaak na goedkeuring of inmenging van de Romeinse keizer. Een ander gevolg is het zich superieur voelen van de patriarch van Rome over de andere vier patriarchen in de christelijke wereld.

Patriarch (paus) Leo I (440-461) zag zijn superioriteit over zijn vier collega's zo groot, dat hij zich de "Pontifex Maximus" noemde. Dat betekent letterlijk de "opperste bruggenbouwer". Daarmee centraliseerde hij de 'macht' in heel de christelijke wereld bij zich in Rome. Een pontifex maximus was in die tijd de titel van het hoogste gezag in de Romeinse godsdienst en werd gedragen door de keizer van het rijk. Maar in de tweede helft van de 5de eeuw was het 'Schluss' met het Romeinse rijk, en precies van dan af noemde de patriarch van Rome zich de enigste pontifex maximus in de wereld!

De macht van de patriarch in Rome werd aldus door de verstatelijking van de christelijke godsdienst zeer groot. Patriarch Gregorius I (592-604) verklaarde dan ook vanaf zijn heerschap de titel "Paus" als enigste titel van het hoofd van heel de christelijke kerk, tot ongenoegen wellicht van de vier andere patriarchen, maar ja... die hadden door de verstatelijking nog maar beperkte invloed (die later echter terug zou stijgen bij het schisma van de katholieke en orthodoxe kerken).

Zevende tot 11de eeuw na Christus

De pausen van Rome, de enigste paus op aarde, patriarch van Rome en opvolger van Petrus, hadden steeds maar toenemende macht. De machtspositie bereikte een nieuw hoogtepunt, toen paus Stefanus III in 756 Pepijn de Jongere als karolinger hielp tegen de Lombarden in Noord-Italië. Als geschenk kreeg de paus een groot stuk van zuidelijk Italië als eigendom: de kerkstaat ontstond. Misbruiken zouden nu nog meer voorkomen. In 800 kende voor het eerste een paus het keizerschap toe aan een westelijk heerser: de vader van Pepijn de Jongere, Karel de Grote.

En zo komen we bij paus Gregorius VII (1073-1085). Zoals in een van de vorige postings gemeld, vaardigde hij per dictaat – het Dictatus Papae - de absolute macht uit van de paus over de hele aarde uit. Wat de paus besliste was onfeilbaar. De paus was de enigste instantie op aarde die koningen en keizers kon aanstellen en ontslaan.

Paus Innocentius III verheft het pausschap tot plaatsbekleding van Christus

Paus innocentius III (1198-1216) deed uiteindelijk het laatste schepte op de almacht van de paus in Rome: voortaan zou een paus niet alleen de opvolger van Petrus zijn, van de allereerste bisschop van Rome, en niet alleen pontifex maximum, maar zo maar even en zonder enige schroom de "plaatsbekleder van Christus op aarde"! Ja... al meteen begon hij zijn nieuwe titel alle eer aan te doen: wapengekletter in een vierde kruistocht, machtswellust door aanstellingen van eigen familieleden in de hoogste organen van de kerk (nepotisme) en verovering van gebieden ter vergroting van de kerkelijke staat. Christus was terug op aarde! Het ergerlijke aan deze titel is wellicht het meest van al: het ontkennen van de aanwezigheid van Christus in elkeen van ons. Die stelling komt overeen met de fundamentele basis van de bijbel, waar elke mens god in zich draagt (god schiep de mens naar zijn evenbeeld, aldus het eerste hoofdstuk van de bijbel).

Eeuwen en eeuwen bleef deze titel eigen aan de pausen. Het is pas paus Benedictus XVI, de huidige paus, die uitdrukkelijk zwijgt over die laatste titel. Toen hij aangesteld werd, legde hij zeer duidelijk het accent erop, dat hij de opvolger van Petrus is, van de allereerste bisschop van Rome. Hopelijk zal ooit eens een paus de moed hebben om die laatste titel van plaatsbekleder van Christus van zich af te schudden...

 

15:23 Gepost door Sebastian in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: paus, keizer |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.