04-03-08

Weimarrepubliek: Eerste golf ondemocratische maartregelen

weimar
Weimarrepubliek

1930-1932: eerste golf van ondemocratische maatregelen

Nevenstaand plakkaat van de socialisten, de sociaal-democraten, geeft het beste weer, hoe Duitsland zwalpte in de jaren tussen de twee wereldoorlogen: de Weimarrepubliek. Zwalpen is hier het gepaste woord. In deze periode van 1919 tot 1933 lagen vier politieke strekkingen dwars op elkaar en bepaalden de pogingen tot opgang van de democratie en uiteindelijk ondergang van de democratie. Twee strekkingen werkten relatief goed met elkaar samen: aan de linkse kant de socialisten (SPD) die zich de ware democraten noemden, en aan de rechtse kant de conservatieven (Zentrum) die eigenlijk meer aan het oude keizerrijk bleven hangen dan aan democratie, en de liberalen die zich gelijk aan de conservatieven opstelden. Uiterst links van de socialisten bewoog zich de derde strekking: de communisten (KPD) die radicaal een democratie verwierpen en een radenrepubliek (sowjetrepubliek) naar het voorbeeld van Moskou nastreefden. En uiteindelijk vormden de nationalisten en nationaal-socialisten van Hitler de vierde strekking, die het uiteindelijk zou halen... Zij streefden evenmin een democratie na en dwongen een dictatuur op. Maar niet alleen de tegenstellingen tussen de vier politieke strekkingen leidden tot de agonie van de jonge Duitse democratie. Een ware leidraad doorheen deze jaren is het Verdrag van Versailles, vredesregeling na de Eerste Wereldoorlog. waarvan de gevolgen loodzwaar doorwogen. En een al even noodlottige leidraad is de grondwet van de Weimarrepubliek die de val van de ene regering na de andere mogelijk maakte. Boven dat alles kwam dan nog de beurscrash van New York, die het spel van Hitler in de hand werkte.

PROBLEMEN REPUBLIEK
Verdrag van Versailles   Vredesvoorwaarden

Grondwet   staatsorganisatie

Grondwet   grondrechten

Dolkstootlegende   erfenis uit oorlog

Ambtenarij   niet democratisch

Justitie   niet democratisch

Groener-Ebert-Pact   militair tegen communisten

Reichswehr   leger, staat in de staat

Vrijkorpsen   paramilitair

Camarilla   kring van raadsheren voor de rijkspresident

Rijksverkiezingen   resultaten dooorheen de Weimarrepubliek

Tot het begin van de jaren dertig werd de Weimarrepubliek geregeerd door democratische partijen. Dit waren in hoofdzaak de SPD (socialisten), Zentrum (katholieke conservatieven), DVP en DDP (beide partijen: liberaal). Maar toch klonken steeds weer ondemocratische tonen bij de regeringsvormingen doorheen de jaren van de republiek. Zo bijvoorbeeld was de SPD steeds de grootste partij van het land tot 1932, zonder uitzonderingen. Zij had dan ook steeds het recht om een coalitie te vormen en de rijkskanselier op te brengen. En toch werd het kanseliersschap aan de SPD geweigerd vanaf halverwege 1920. Reden was de oppositie van de andere democratische partijen tegen een SPD-er als rijkskanselier. Dat was een toegeving aan de rechts extremistische krachten (monarchisten en nationalisten) in het land, die de SPD verantwoordelijk hielden voor het verlies in de oorlog. Onrechtstreeks waren aldus de democratie-vijandigen de oorzaak.

Eveneens ondemocratisch was de aanwezigheid van de DNVP in meerdere regeringen sinds 1925. Deze partij bestond in hoofdzaak uit monarchistische ondemocraten en nationalistische dictatuur-aanhangers.

Vanaf 1925 – haast parallel aan het aantreden van rijkspresident Paul von Hindenburg -werden de socialisten stelselmatig geweerd, niet alleen als rijkskanselier maar van dan af ook uit de regeringen, zelfs als dit tot minderheidskabinetten aanleiding gaf. Dergelijke minderheidskabinetten hingen meer af van de rijkspresident dan van de Reichstag (parlement). Sinds 1925 verschenen ook steeds partijlozen in de regeringen, veelal persoonlijke vrienden van rijkspresident Paul von Hindenburg. Het ondemocratische nam met deze man dan ook toe.

Preisdentiële kabinetten

POLITIEKE PARTIJEN
KPD   communisten, niet democratisch

USPD   linkse socialisten

SPD   gematigde socialisten

ZENTRUM   conservatieven

DDP   linkse liberalen

BVP   Bayerse conservatieven

DVP   nationalistische liberalen

DNVP   nationalisten, niet democratisch

NSDAP   nazi's, niet democratisch

Hoe kon de ondemocratische DNVP in regeringen stappen sinds 1925, tegen de houding van de democratische partijen in? Hoe konden partijlozen een minderheidsregering aanvullen zonder effectieve weerstand van de democraten? Het antwoord ligt in de grondwet van de Weimarrepubliek. De rijkspresident stelde steeds de rijkskanselier aan en liet hem in zijn opdracht regeringen opbouwen. Het parlement had - indien de rijkspresident erop stond - daarin niets te zeggen, het kon hooguit haar vertrouwen uitspreken. Nu was het zo, dat rijkspresident Friedrich Ebert (SPD) steeds de regeringsvorming overliet aan het parlement, ook al moest hij dat grondwettelijk niet. Rijkspresident Paul von Hindenburg was een partijloze en anti-democratisch van instelling. Hij was een super-monarchist (zie vorige posting). In tegenstelling tot Ebert stelde hij steeds de rijkskanselier zelf aan en moest die dan een regering vormen die aan de wensen van de rijkspresident voldeed. Die wensen waren op de allereerste plaats het weren van de socialisten en het bevorderen van de monarchisten en nationalisten uit de DNVP. Dat Paul von Hindenburg een afkeer had van de socialisten was geweten (zie vorige posting). Zij waren de meest zuivere democraten in de Weimarrepubliek, samen met de liberalen van de DDP. Dergelijke democraten kon de rijkspresident missen als kiespijn, hoewel de DDP nog in regeringen geduld werd omwille van hun competentie op economisch vlak. De oorzaak voor zijn afkeer was de strijd van de SPD tegen de monarchie in de 19de eeuw, toen Otto von Bismarck de macht van de monarchie recht wou houden. Bovendien was het uitgerekend maarschalk-generaal Paul von Hindenburg die de dolkstootlegende in omloop bracht, opgebouwd door zijn trawant Erich Ludendorff.

Ook de Zentrum-partij moest rekening houden met de apathie van de rijkspresident. Zij was immers de partij van de katholieke conservatieven, die door Otto von Bismarck fel bestreden werd in de cultuurstrijd van de 19de eeuw (protestantse Bismarck tegen de katholieke kerk). Paul von Hindenburg was een getrouw protestant en dweepte als jongeling met Otto von Bismarck. Toen von Bismarck – onder druk - zijn strijd tegen de katholieken opgaf om vrede te handhaven, zag Paul von Hindenburg – toen officier en nauw betrokkene bij het hof van keizer Wilhelm I, dit als een noodzakelijk 'kwaad'. Een klein voorbeeld hoe hij de socialisten en katholieken kon missen als kiespijn: in 1932 hadden presidentsverkiezingen plaats en werd hij herkozen door de steun van de SPD en het Zentrum. Hij was daar zeer door verontwaardigd. In zijn memoires schreef hij over de vlek over zijn tweede ambtstermijn wegens de steun van de "Katholen und Sozen"! Het Zentrum was dan ook regeringspartij uit 'noodzaak', het werd hooguit getolereerd.

Alle kabinetten waren aldus presidentiële kabinetten, aangeduid door de rijkspresident op basis van de grondwet en van zijn eigen denkpatronen. Maar de regeringen vanaf 1930 zouden nog zuiverder presidentieel worden. Dat zullen we in de komende thema's ervaren. Daarbij zullen alle democratische partijen geleidelijk aan maar zeker geweerd worden uit de regeringen van 1930-1933.

Heinrich Brüning
 
Heinrich Brüning, laatste democratische rijkskanslier van de Weimarrepubliek

Regering Heinrich Brüning (van maart 1930 tot juni 1932)

De eerste zuiver (relatief begrip...) presidentiële regering trad aan in maart 1930. Zoals u uit een vorige posting weet, had de rijkspresident gehoor gegeven aan de raad van camarilla-lid Kurt von Schleicher, gesteund door het andere camarilla-lid Franz von Papen en tegen de wil van de president, om de SPD in 1928 het rijkskanseliersschap te geven. Die partij had in 1928 aanzienlijke winst geboekt in de verkiezingen. Bedoeling van de camarilla was de SPD bij het volk in diskrediet te brengen door eventuele fouten te amplifiëren en het volk te doen inzien dat de socialisten het 'boze' zijn in het land. En dat was dan ook gebeurt. Onder leiding van de SPD werd het Young-akkoord getekend, dat Duitsland verplichtte tot betaling van de herstelkosten tot in 1988. Dat was tegen de zin van de monarchisten (rijkspresident op kop) en vooral van de nationalisten en nationaal-socialisten. Vooral Hitlers partij jutte toen het volk op tegen de socialisten. De camarilla keek dan ook uit naar het geschikte moment om de SPD te doen vallen. Dat moment kwam er, toen in maart 1930 de socialistische rijkskanselier voorstelde om de werkloosheidsbijdrage van werknemers te verhogen met een half procentje. Dat zou moeten bijdragen tot voldoende staatsfinanciën om de stabiliteit van de rijksmark te verzekeren. Zowel de nationalistische als communistische partijen rebelleerden daartegen, niet zozeer omdat ze tegen die zeer kleine verhoging van een half procentje waren, maar zij zagen er een middel in om de regerende coalitie te doen vallen. Waarom waren ze daartoe uit? Eenvoudig: zij wilden de republiek doen vallen en een dictatuur, een herstel van de monarchie of een radenrepubliek instellen. Daarom dus ageerden de nazi's en de communisten tegen elke regering en zeker tegen de socialisten. De camarilla wist dit al te zeer, liet de nazi's en de KPD hun afbraakwerk van de socialisten maar bedrijven, en profiteerde ervan om de SPD definitief van het toneel te doen verdwijnen. Zij adviseerden de rijkspresident dan om de regering te ontbinden en een pro-monarchistische regering te installeren. En zo gebeurde! Dat was immers heel eenvoudig. De grondwet gaf een rijkspresident de macht daartoe indien de orde of veiligheid van het land in gevaar was. Meer zelfs, hij kon dan ook het parlement ontbinden, maar dat verhaal... komt dadelijk.

In maart 1930 werd dan op bevel van de rijkspresident een nieuwe regering gevormd, een minderheidsregering waarbij de oude partijen uit de vorige regering behouden bleven, maar alle SPD-ers buiten geworpen werden. Daarmee ontstond het eerste zuiver presidentiële kabinet. Een Zentrum-partijlid werd rijkskanselier: Heinrich Brüning. Deze kreeg de expliciete opdracht van de rijkspresident om met alle middelen de SPD te negeren in de Reichstag (parlement) en elke samenwerking ermee te vermijden. (Vergeet dit maar niet, want het zou gevolgen hebben in 1932...)

PERSONEN


Paul von Hindenburg   generaal, tegenstander verdrag van Versailles, monarchist, rechtse conservatieve gerichtheid, rijkspresident 1925-1934

Heinrich Brüning   Zentrum, conservatief, democraat, laatste democratische rijkskanselier van de Weimarrepubliek

Adolph Hitler   nationalist, antisemiet, racist, tegenstander democratie, dictator

Strijd tegen de economische crisis door de beurscrash 1929

De regering Brüning had in hoofdzaak één strijd te leveren: de gevolgen van de beurscrash 1929 in New York, zwarte vrijdag 25 oktober 1929, opvangen. De gevolgen van die crash tekenden zich slechts af in de loop van 1930. Er ontstond een wereldwijde economische crisis van superlatieven. Duitsland zou deze zeer zwaar ondergaan, zeer zwaar gezien het land leefde van Amerikaanse gelden door het Dawes-plan uit 1924. De regering Brüning probeerde het hoofd boven water te houden door massale belastingsverhogingen en loonsverlagingen. De economie was ineengestort, maar het land moest de jaarlijkse herstelkosten voor de geallieerden opbrengen van ongeveer 1,6 miljard rijksmarken. In dat jaar 1930 vormden deze kosten alleen als 47,5 % van de staatsuitgaven. De lonen gingen dramatisch neerwaarts. Geen ondernemer was nog bereid een Pfenning teveel uit te geven aan loonkosten. In de mijnbouw eisten de ondernemers een algemene loonsverlaging van 12,5 %. De SPD reageerde daarop met protestacties, tevergeefs.

Brüning wou meerdere wetsvoorstellen doordrukken om enerzijds de belastingen nog meer te verhogen en de lonen nog meer te drukken. De SPD weigerde goedkeuring in de Reichstag. Daardoor had Brüning geen meerderheid en riep hij de president ter hulp. Die vaardigde noodbesluiten uit. De Reichstag kon grondwettelijk dergelijk noodbesluiten ongedaan maken met een tweederde meerderheid. De SPD zorgde voor de nodige steun. Daarop besloot de rijkspresident de Reichstag te ontbinden. Ondemocratischer kon het haast niet... er werden verkiezingen voorgeschreven voor september 1930. De gevolgen van die verkiezingen waren ronduit dramatisch:

Eerste opgang van de NSDAP

De bevolking leed verschrikkelijk onder de economische depressie. Het leed van de jaren onmiddellijk na de oorlog overheerste alweer. Maar een tweede dergelijke slag kon het volk niet aan. De monarchisten en nationalisten van de DNVP joegen het volk op tegen de socialisten, gedreven door de camarilla. Hitler en zijn partij en stoottroepen sloten zich daarbij gretig aan. De communisten hadden al evenzeer de socialisten als zondebok. Maar communisten en nazisten waren aartsvijanden en elk streed voor elke stem voor de nakende verkiezingen. Dat strijden werd letterlijk: er ontstonden gewapende bendes, gestructureerd en gestuwd door de NSDAP en de KPD. Resultaat van dat alles:

Bij de verkiezingen in 1930 steeg de NSDAP van 2,8 % naar 18,33 % der stemmen! Plots was Hitler een macht geworden in de Reichstag. Hij dankt die stemmen aan kiezers die massaal de DNVP verlieten. Waarom? Dat zijn toch ook nationalisten? Ja, maar het volk wou een "sterke man" en de NSDAP had precies daarop gewerkt en Hitler daartoe voorgedragen. Daarom verloor de DNVP en daalde van 14,25 % naar de helft (7,03 %), tot spijt en mogelijk ook razernij van rijkspresident Paul von Hindenburg, die Hitler haatte (zie vorige posting), en anderzijds de DNVP steunde omwille van de monarchisten in die partij. Ook de socialisten kregen klappen en daalden van 29,70 % naar 24.4 % en de communisten stegen van ongeveer 10 % naar ongeveer 13 %.

Dat betekende dat de NDSAP haast uit het niets kwam en samen met de KPD reeds 184 van de 577 zetels had in de Reichstag bezat. Deze twee ondemocratische partijen hadden nog geen meerderheid, maar hun invloed was niet meer te onderschatten. Rijkspresident Paul von Hindenburg stond voor een muur: hij had erop gerekend om Heinrich Brüning een meerderheidsregering te kunnen aanbieden, bestaande uit DNVP en andere partijen buiten de SPD. Vooral op de DNVP had hij gerekend, gezien het klimaat in het land sterk verrechtst was en dat ten voordele van de DNVP kon beschouwd worden. Maar hij had de kracht van Hitler danig onderschat! De DNVP was gehalveerd. Nu kon hij een regering laten samenstellen met de SPD en de andere democratische partijen. Samen hadden die nog een meerderheid, maar Paul von Hindenburg weerde de SPD. Het kwam dan ook tot een minderheidsregering met opnieuw Brüning als rijkskanselier. Maar gezien de klassieke partijen Zentrum en de liberalen onvoldoende zetels hadden in de Reichstag, vulde de rijkspresident een derde van de ministerposten in met partijlozen, vriendjes van hem, sympathisanten van de DNVP. De democratie leed nog meer dan in bij de eerste regering Brüning.

Toename van de economische depressie

Heinrich Brüning
 
Heinrich Brüning, hopend op steun van de Reichstag voor zijn harde maatregelen, tevergeefs

De volle laag van de wereldwijde crisis op economisch vlak kwam pas tegen het einde van het jaar 1930. In januari 1931 besloten de ondernemers van de mijnbouw en metaalverwerking om 295.000 arbeiders te ontslaan wegens geldnood. De regering nam de ene beslissing na de andere om de lonen te doen dalen. Zelden bekwam zij toestemming van de Reichstag, en nooit de rechtstreekse steun van de SPD. Maar... in tegenstelling tot de eerste regering Brüning blokkeerden de socialisten van dan af de NSDAP en KPD. Daardoor konden toch nog een beperkt aantal wetsvoorstellen van Brüning door de Reichstag afgestemd worden. Kijk eens aan: onrechtstreeks kreeg Brüning aldus wel de steun van de SPD, tegen het uitdrukkelijk samenwerkingsverbod van de rijkspresident! Dat zou in 1932 niet zonder gevolgen blijven... Maar de meeste wetten kon Brüning via noodbesluiten van de rijkspresident tot stand doen komen. Daardoor verloor het volk elk vertrouwen in de democratie. De roep naar een "sterke man" werd nog luider dan ooit te voren, en Hitler profileerde zich als de gevraagde man! De ene massa-samenkomst na de andere volgde. Gigantische podia werden opgericht, vaandels met het hakenkruis golfden in de wind als weerspiegeling van de golvende massa's die Hitler wilden zien en horen. Het volk 'riep' naar Hitler. Hij was in de ogen van de overgrote meerderheid de verhoopte "redder van de vaderland". Dit is belangrijk om vast te stellen, gezien daardoor het begrip "collectieve schuld" van het Duitse volk terecht zal gehanteerd worden na de Tweede Wereldoorlog, hoewel het volk geen besef had wat een dictatuur wel was en hoe Hitler dat zou invullen.. Maar ook de communisten kregen een verbazingwekkende steun op de straat. Daar kwam het tot echte gevechten. De nazisten richten het Harburger Front op, de communisten das Rote front. Beiden botsten overal op elkaar. De socialisten mengden zich al evenzeer in het geweld op de straten. Zij vormden het "Eiserne Front", ook gesteund door andere democratische partijen. Ja... Duitsland stond dicht bij een regelrechte burgeroorlog. Rijkskanselier Brüning vaardigde – in het licht van de pogingen tot herstel van de rust - een noodbesluit uit dat de SA, de stoottroepen van Hitler verbood. Rijkspresident Paul von Hindenburg stond daar achter, maar... in de camarilla waren leden uitgesproken pro NSDAP en pro Hitler. Ziet u het al aankomen: de camarilla zal haar wil proberen door te drukken en het Brüning heel kwalijk nemen, dat hij de SA verbood, in tegenstelling tot Paul von Hindenburg.

De eerste golf van ondemocratische maatregelen door ontbinding van het parlement en het uitvaardigen van een resem noodbesluiten kenmerkte de handelingen van Paul von Hindenburg, met uiteindelijk maar één winnaaar: diegene die hij niet kon uitstaan! Er hing politiek dan ook een dreigende spanning in de lucht in de zomer 1932. Daarover morgen meer, want niet alleen de camarilla zou zich tegen Brüning keren, ook de rijkspresident zou redenen hebben om het tij te doen keren...

 

WEIMARREPUBLIEK
Het ontstaan van het Verdrag van Versailles   (14 jan 2008)

De bepalingen van het Verdrag van Versailles   (15 jan 2008)

Staatsbestel naar de grondwet   (16 jan 2008)

Grondrechten en politieke partijen   (17 jan 2008)

Factoren die het de Weimarrepubliek moeilijk maakten   (18 jan 2008)

Een staatsgreep kondigt zich aan: de Kapp-putsch 1920   (21 jan 2008)

Kapp-putsch schijnbaar voltooid   (22 jan 2008)

Kapp-putsch mislukt, communisten lokken burgeroorlog uit   (23 jan 2008)

Oorlogskosten en het ultimatum van Londen in 1921   (24 jan 2008)

Oorlogskosten en het verdrag van Rapallo   (25 jan 2008)

De Duitse inflatie beginjaren twintig   (28 jan 2008)

De Rijnrepubliek   (29 jan 2008)

Het begin van de Ruhrbezetting   (30 jan 2008)

Ruhrbezetting 1923: verzet   (31 jan 2008)

Hyperinflatie 1923   (11 feb 2008)

Heropflakkering Rijnrepubliek 1923   (12 feb 2008)

Aanloop tot de Hitler-putsch   (13 feb 2008)

Hitler-putsch brengt hem in de gevangenis   (14 feb 2008)

Het Dawes-plan en de gouden jaren   (18 feb 2008)

Het einde van rijkspresident Friedrich Ebert   (19 feb 2008)

Paul von Hindenburg, conservatieve ommezwaai   (20 feb 2008)

Verdragen van Locarno verstevigen de vrede   (22 feb 2008)

Yound plan 1930   (28 feb 2008)

DNVP, extreem recht in de jaren twintig   (29 feb 2008)

Paul von Hindenburg en zijn camarilla   (03 maa 2008)

1930-1932: Eerste golf van ondemocratische maatregelen   (04 maa 2008)

1932: De democratisch Weimarrepubliek sterft   (05 maa 2008)

1932: De ultieme adrenalinestoot   (06 maa 2008)

1933: Hitler aan de macht   (07 maa 2008)

De commentaren zijn gesloten.