03-03-08

Weimarrepubliek: Hindenburg en zijn raadsheren

weimar
Weimarrepubliek

Paul von Hindenburg en zijn camarilla

Nevenstaand plakkaat van de socialisten, de sociaal-democraten, geeft het beste weer, hoe Duitsland zwalpte in de jaren tussen de twee wereldoorlogen: de Weimarrepubliek. Zwalpen is hier het gepaste woord. In deze periode van 1919 tot 1933 lagen vier politieke strekkingen dwars op elkaar en bepaalden de pogingen tot opgang van de democratie en uiteindelijk ondergang van de democratie. Twee strekkingen werkten relatief goed met elkaar samen: aan de linkse kant de socialisten (SPD) die zich de ware democraten noemden, en aan de rechtse kant de conservatieven (Zentrum) die eigenlijk meer aan het oude keizerrijk bleven hangen dan aan democratie, en de liberalen die zich gelijk aan de conservatieven opstelden. Uiterst links van de socialisten bewoog zich de derde strekking: de communisten (KPD) die radicaal een democratie verwierpen en een radenrepubliek (sowjetrepubliek) naar het voorbeeld van Moskou nastreefden. En uiteindelijk vormden de nationalisten en nationaal-socialisten van Hitler de vierde strekking, die het uiteindelijk zou halen... Zij streefden evenmin een democratie na en dwongen een dictatuur op. Maar niet alleen de tegenstellingen tussen de vier politieke strekkingen leidden tot de agonie van de jonge Duitse democratie. Een ware leidraad doorheen deze jaren is het Verdrag van Versailles, vredesregeling na de Eerste Wereldoorlog. waarvan de gevolgen loodzwaar doorwogen. En een al even noodlottige leidraad is de grondwet van de Weimarrepubliek die de val van de ene regering na de andere mogelijk maakte. Boven dat alles kwam dan nog de beurscrash van New York, die het spel van Hitler in de hand werkte.

PROBLEMEN REPUBLIEK
Verdrag van Versailles   Vredesvoorwaarden

Grondwet   staatsorganisatie

Grondwet   grondrechten

Dolkstootlegende   erfenis uit oorlog

Ambtenarij   niet democratisch

Justitie   niet democratisch

Groener-Ebert-Pact   militair tegen communisten

Reichswehr   leger, staat in de staat

Vrijkorpsen   paramilitair

Had rijkspresident Paul von Hindenbrug de machtovername van Hitler in 1933 kunnen voorkomen? Die vraag tergt historici reeds decennia lang. En mogelijk, waarschijnlijk, is het antwoord: neen! Niet Paul von Hindenburg had Hitler kunnen tegenhouden, mogelijk wel een andere persoon indien deze rijkspresident zou geweest zijn...

Was rijkspresident Paul von Hindenburg bekwaam om de juiste beslissingen te nemen?

POLITIEKE PARTIJEN
KPD   communisten, niet democratisch

USPD   linkse socialisten

SPD   gematigde socialisten

ZENTRUM   conservatieven

DDP   linkse liberalen

BVP   Bayerse conservatieven

DVP   nationalistische liberalen

DNVP   nationalisten, niet democratisch

NSDAP   nazi's, niet democratisch

Paul von Hindenburg, geboren in 1847, was 83 jaar oud toen de Weimarrepubliek begon te zieltogen in 1930. De oude man had reeds een heel leven achter de rug en moest in de jaren 1930-1933 de zwaarste beslissingen nemen die een staatshoofd maar kan nemen: het tegenhouden van een dictator in spe, Adolph Hitler.

Pual von Hindenburg was reeds een jonge man, toen Otto von Bismarck het Pruisische koninkrijk verhief tot keizerrijk in 1871. Hij was getuige hoe democratische krachten de kop werden ingedrukt en hoe Otto von Bismarck de suprematie van de Pruisische keizer Wilhelm I installeerde over het hele Duitse rijk. Paul was page geweest van keizer Wilhelm I. Hij keek ernaar op, hij dweepte met de keizer. Als eenvoudige officier werd hij aangeduid om de lijkkist van zijn 'god' ten grave te dragen. Hij werd een invloedrijk generaal tijdens de jaren van keizer Wilhelm II en gold als zeer vertrouwelijk met hem. Met trots en vastberadenheid voerde Paul von Hindenburg het keizerlijke leger aan in de Eerste Wereldoorlog, Europa veroverend voor 'zijn' keizer.

Monarchist tot in de kist... inderdaad, maar ook ten eigen bate. Hij was immers de bezitter van een zeer uitgestrekt domein met talloze landerijen en landbouwgebieden. Hij was de grootgrondbezitter van Neudeck in Oost-Pruisen (huidig Ogrodzieniec in Polen). Hij was immers van de adel afkomstig. Zijn volledige naam is Paul Ludwig Hans Anton von Beneckendorff und von Hindenburg. Dat wijst reeds op de dubbele adelafkomst. Toen de Weimarrepubliek tot stand kwam in 1919 hadden de grootgrondbezitters ten oosten van de Elbe – in het aloude deel van Pruisen – de werkelijke macht in handen. Zij pasten nog steeds het feodale systeem toe, zonder enige schroom hoewel de Pruisische koningen dit steeds hebben willen afschaffen. De meesten van hen waren lid of sympathiseerden met de DNVP vanaf 1918, de partij van de monarchisten en dictatuur-gezinden. Binnen die partij ijverden zij voor 'hun rechten' als grootgrondbezitters. Zo wordt al meteen een deeltje van het privéleven van de rijkspresident duidelijk...

Paul von Hindenburg
grootbeeld

Paul von Hindenburg, rijkspresident 1928-1934

Het is dan ook klaar, dat hij een zeer conservatief grootgrondbezitter was, verknecht aan de oude keizer die afgezet was in 1918, landheer van tallozen, oud in 1930 en rijkspresident. Hij was reeds te oud geworden om mee te kunnen met de nieuwe wind die over Pruisen en Duitsland waaide vanaf 1919. Hij was vervormd in zijn denkpatronen over de oude structuren uit het vervlogen Bismarck-tijdperk. Hij was door en door overtuigd, dat democraten het 'broedsel van het boze' zijn, het uitschot in het door hem zo gekoesterde keizerrijk.

PERSONEN


Paul von Hindenburg   generaal, tegenstander verdrag van Versailles, monarchist, rechtse conservatieve gerichtheid, rijkspresident 1925-1933

Leden van de camarilla:

Oskar von Hindenburg

Otto Meißner

Alfred Hugenberg

August von Mackensen

Kurt von Schleicher

Franz von Papen

Elard von Oldenburg

Hij wou zelfs geen rijkspresident worden, mogelijk lag dat beneden zijn waardigheid. Het is de Duitse politieke wereld die hem geroepen heeft om president te worden, en uiteindelijk had hij toegegeven in 1925. Toegeven aan het 'boze', aan de democratie, was wel het laatste dat hij zich kon indenken. Hij ijlde dan ook naar Nederland, waar de afgezette keizer in exil leefde en besprak de situatie met hem. De inhoud van die gesprekken is niet bekend, maar zij hebben er duidelijk toe bijgedragen dat Paul von Hindenburg als oude man het presidentschap aanvaardde en mogelijk dit ambt wou benutten om in de mate van het mogelijke de oude keizerlijke structuren in het leven te houden.

Oud was de rijkspresident in ieder geval. Hij hield van rust. Daarom was hij reeds voor de Eerste Wereldoorlog op pensioen gegaan, om van zijn oude dag te genieten, zoals hij het zelf neerschreef. Het zijn de generaals in het oorlogvoerende leger die hem teruggeroepen hadden en aan het hoofd hadden zetten van het rijksleger. Na die oorlog was hij dan ook blij, terug van zijn oude dag te kunnen genieten op zijn domein van Neudeck. Eens president bleef hij dan ook in Neudeck. De oude man zag er tegenop om steeds naar Berlijn te komen en deed dat slechts in uiterste nood. Hij was tuk op rust. Meer zelfs... hij schuwde in zekere zin al te veel 'werk'. Dat bleek reeds in de Eerste Wereldoorlog. Hij was het effectieve hoofd van het keizerlijke leger, maar hij liet meestal beslissingen over aan zijn stafchef, generaal Erich Ludendorff. Zelf schreef Paul von Hindenburg in zijn memoires over zijn eerste grote slag in de Eerste Wereldoorlog: "ik had toen heerlijk geslapen...". En toch werd hij op handen gedragen door het hele leger en de bevolking...

De camarilla van Paul von Hindenburg, de eigenlijke macht in de beginjaren dertig

Rond zich had hij als president een kring van raadsheren opgebouwd. Deze heren bepaalden het beleid van de rijkspresident. Hijzelf beaamde, in zoverre beslissingen konden ramen in zijn oud-conservatieve denkpatronen. Slechts indien een beslissing regelrecht botste met zijn oude denkpatronen, nam hij zelf de touwtjes in handen. Die kring van raadsheren had dan ook in zekere zin de macht in handen. Daarom noemt men deze kring de 'camarilla', naar het voorbeeld van beleidsbepalende raadsheren van de vroeger Spaanse koningen.

Het is deze camarilla die mogelijk – waarschijnlijk – de opgang van Adolph Hitler in de hand heeft gewerkt, en dus niet Paul von Hindenburg zelf. De rijkspresident haatte Adolph Hitler. Hij was een monarchist à la Pruisen. Dat wil zeggen: trouw aan de tradities, antisemitisch, protestants, extreem-rechtse tintjes bevattend, maar helemaal geen racist. Hij respecteerde de andere rassen vanuit de oude "Pruisische Deugden". Deze deugden leerde elk kind in zijn jonge jaren uit het hoofd zoals in Vlaanderen in de jaren vijftig de catechismus gekend moest zijn door elk kind. Tot die deugden hoorde het respect voor andere volkeren en rassen. Dat was immers een basisprincipe in het oude Pruisen om een migratie naar het mensenarme Oost-Pruisen te bevorderen ter welzijn van de landbouwpolitiek en de nijverheid aldaar. Daarom kon Paul von Hindenburg die racist uit München niet zien of rieken.

Otto Meißner
Camarilla: Otto Meißner

Komt daar nog bij, dat in de ogen van Paul von Hindenburg alleen de adel leidende functies kan en mag hebben in een staat. Het waren adellijken die de generale staf hadden uitgemaakt in het keizerlijke leger. Het waren adellijken die het volk vertegenwoordigden in het pseudo-parlement van Pruisen. Het waren adellijken die grond bezaten en aldus heersten over het volk. Adolph Hitler was helemaal geen adellijke, was zelfs geen Pruisenaar, laat staan Duitser. Het patriottisme in Paul was te groot om respect te hebben voor iemand uit Bohemen, uit het gebied dat gold als broeinest van criminelen en bovendien deel was van Oostenrijk, het keizerrijk dat als rivaal gold voor de Pruisische keizers. Hitler heeft ook nooit een titel behaald in zijn korte militaire loopbaan. Hij bleef hooguit 'Gefreiter', soldaat eerste klasse, meer niet... een betere piot aldus. Vanwaar zou dan die "bohemischer Gefreiter" het lef halen een leidende figuur te worden in Duitsland, aldus de denkwijze en de neergeschreven woorden van Paul von Hindenburg over Hitler.

De camarilla dacht heel anders over Adolph Hitler. Dat zal duideljk worden in postings in de komende dagen. Deze kring van raadsheren bestond uit (en het is goed om die namen te onthouden):

Alfred Hugenberg
Camarilla: Alfred Hugenberg

Oskar von Hindenburg: de zoon van de rijkspresident. Hij was in de jaren twintig-dertig majoor-generaal in het rijksleger. Monarchistisch, maar niet restauratief zoals zijn vader. Hij zag namelijk in, dat een herstel van de monarchie een utopie was geworden en leunde daardoor sterk aan bij een mogelijke dictatuur in Duitsland. In die geest zou hij in 1932 zijn vader adviseren om Adolph Hitler een kans te geven.

Otto Meißner: de kabinetschef van de beide rijkspresidenten uit de Weimarrepubliek en tevens van Hitler vanaf 1933. Hij was van dezelfde stroming als Oskar von Hindenburg en bovendien uitgesproken anti-parlementarisch. Hij zag een parlement eerder in de zin van het pseudo-parlement onder Otto von Bismarck: vertegenwoordiging van het volk om dat volk kalm te houden, zonder bevoegdheid tot wetgeving. Daarmee sloot hij sterk aan de visie van rijkspresident Paul von Hindenburg.

August von Mackensen
Camarilla: August von Mackensen

Alfred Hugenberg: de voorzitter van de DNVP. Deze man was de grote baas van de meeste Duitse krantengroepen, aanvankelijk monarchist, eens in de Weimarjaren werd hij uitgesproken nationalist met sympathie voor Hitler, hoewel die laatste een andere partij toehoorde.

August von Mackensen: maarschalk-generaal. Uitgesproken monarchist, persoonlijke vriend van Paul von Hindenburg, sterk anti-democratisch, uitgesproken anti-nazisistisch en tegenstander van de NSDAP, maar vreemd genoeg een sympathie hebbend voor de persoon Adolph Hitler.

Kurt von Schleicher
Camarilla: Kurt von Schleicher

Kurt von Schleicher: luitenant-generaal. Hij is eveneens monarchist, maar was reeds in 1918 op compromis uit met de democraten tijdens en na de Novemberrevolutie. Hij is onder meer de man die maarschalk-generaal Paul von Hindenburg in 1918 stuwde naar een akkoord met de socialistische voorzitter Friedrich Ebert om het keizerlijke leger in te zetten tegen de communisten (Groener-Ebert-pact). Hij is de persoonlijke vriend van Oskar von Hindenburg. Een dictatuur in Duitsland zag hij als nefast, maar toch zou hij in allerlaatste instantie in januari 1933 Adolph Hitler voordragen als nieuwe rijkskanselier.

Franz von Papen
Camarilla: Franz von Papen

Franz von Papen: conservatief lid van de Zentrum-partij, later partijloos. Hij is een boezemvriend van Kurt von Schleicher en diende zoals Paul von Hindenburg als page aan het keizerlijke hof. Hij geldt als 'hater' van de socialisten, was monarchistisch van instelling, keerde echter naar de dictatoriale hoek eens hij inzag dat een herstel van de monarchie onmogelijk zou zijn. Hij streefde naar een dictatoriaal systeem waarbij hij Hitler ook wou betrekken, weliswaar slechts als lokmiddel om zelf als dictator te kunnen heersen.

Elard von Oldenburg
 
Camarilla: Elard von Oldenburg

Elard von Oldenburg-Januschau: landbouwer-grootgrondbezitter. Last but not least de laatste man in de lijst van de camarilla. Hij is als grootgrondbezitter de boezemvriend van Paul von Hindenburg. Van opvattingen is hij het evenbeeld van de rijkspresident, even monarchistisch, even anti-democratisch, even conservatief, even fanatiek ter verdediging van de rechten der grootgrondbezitters. Hij hielp onder ander Paul von Hindenburg uit de nood bij het volgende. In de herfst 1927 was de schoonzus van Paul von Hindenburg zeer in schulden geraakt. Zij wou het domein Neudeck verkopen ter dekking. Het is Elard von Oldenburg die aan Paul von Hindenburg in die herfst het nodige kapitaal schonk als verjaardagscadeau voor de toen tachtigjarige rijkspresident. De gelden voor dat kapitaal werden ingezameld bij de groot-industriëlen van het Duitse rijk. Ziet u reeds hoe de rijkspresident met handen en voeten gebonden werd aan de de groot-industiriëlen en de Oost-Pruisische collega-grootgrondbezitters? Dat zou niet zonder gevolg blijven...

Bemerk hoe haast alle leden van de camarilla uit de adel afkomstig zijn (naam beginnend met "von") en anti-democratisch. Het is deze camarilla die het beleid in het Duitse rijk dirigeerde sinds de tweede helft van de jaren twintig. De leden ervan kenden de grondwet van de Weimarrepubliek zeer goed en vooral het artikel dat volmachten geeft aan de rijkspresident om noodbesluiten uit te vaardigen, indien de orde en/of de veiligheid van het land in gevaar zou zijn. Die mogelijkheid tot noodbesluiten en daarbij de uitschakeling van het parlement (het orgaan van de democratie) zou 'het' wapen worden in het begin van de jaren dertig en de weg openen voor een 'sterke hand'!

Morgen zien we de eerste golf van noodbesluiten die de democratie zou ketenen in 1930.

 

WEIMARREPUBLIEK
Het ontstaan van het Verdrag van Versailles   (14 jan 2008)

De bepalingen van het Verdrag van Versailles   (15 jan 2008)

Staatsbestel naar de grondwet   (16 jan 2008)

Grondrechten en politieke partijen   (17 jan 2008)

Factoren die het de Weimarrepubliek moeilijk maakten   (18 jan 2008)

Een staatsgreep kondigt zich aan: de Kapp-putsch 1920   (21 jan 2008)

Kapp-putsch schijnbaar voltooid   (22 jan 2008)

Kapp-putsch mislukt, communisten lokken burgeroorlog uit   (23 jan 2008)

Oorlogskosten en het ultimatum van Londen in 1921   (24 jan 2008)

Oorlogskosten en het verdrag van Rapallo   (25 jan 2008)

De Duitse inflatie beginjaren twintig   (28 jan 2008)

De Rijnrepubliek   (29 jan 2008)

Het begin van de Ruhrbezetting   (30 jan 2008)

Ruhrbezetting 1923: verzet   (31 jan 2008)

Hyperinflatie 1923   (11 feb 2008)

Heropflakkering Rijnrepubliek 1923   (12 feb 2008)

Aanloop tot de Hitler-putsch   (13 feb 2008)

Hitler-putsch brengt hem in de gevangenis   (14 feb 2008)

Het Dawes-plan en de gouden jaren   (18 feb 2008)

Het einde van rijkspresident Friedrich Ebert   (19 feb 2008)

Paul von Hindenburg, conservatieve ommezwaai   (20 feb 2008)

Verdragen van Locarno verstevigen de vrede   (22 feb 2008)

Yound plan 1930   (28 feb 2008)

DNVP, extreem recht in de jaren twintig   (29 feb 2008)

Paul von Hindenburg en zijn camarilla   (03 maa 2008)

1930-1932: Eerste golf van ondemocratische maatregelen   (04 maa 2008)

1932: De democratisch Weimarrepubliek sterft   (05 maa 2008)

1932: De ultieme adrenalinestoot   (06 maa 2008)

1933: Hitler aan de macht   (07 maa 2008)

18:46 Gepost door Sebastian in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: weimarrepubliek, democratie |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.