29-02-08

Weimarrepubliek: extreem rechts in de jaren twintig

weimar
Weimarrepubliek

Extreem rechts in de jaren twintig

Nevenstaand plakkaat van de socialisten, de sociaal-democraten, geeft het beste weer, hoe Duitsland zwalpte in de jaren tussen de twee wereldoorlogen: de Weimarrepubliek. Zwalpen is hier het gepaste woord. In deze periode van 1919 tot 1933 lagen vier politieke strekkingen dwars op elkaar en bepaalden de pogingen tot opgang van de democratie en uiteindelijk ondergang van de democratie. Twee strekkingen werkten relatief goed met elkaar samen: aan de linkse kant de socialisten (SPD) die zich de ware democraten noemden, en aan de rechtse kant de conservatieven (Zentrum) die eigenlijk meer aan het oude keizerrijk bleven hangen dan aan democratie, en de liberalen die zich gelijk aan de conservatieven opstelden. Uiterst links van de socialisten bewoog zich de derde strekking: de communisten (KPD) die radicaal een democratie verwierpen en een radenrepubliek (sowjetrepubliek) naar het voorbeeld van Moskou nastreefden. En uiteindelijk vormden de nationalisten en nationaal-socialisten van Hitler de vierde strekking, die het uiteindelijk zou halen... Zij streefden evenmin een democratie na en dwongen een dictatuur op. Maar niet alleen de tegenstellingen tussen de vier politieke strekkingen leidden tot de agonie van de jonge Duitse democratie. Een ware leidraad doorheen deze jaren is het Verdrag van Versailles, vredesregeling na de Eerste Wereldoorlog. waarvan de gevolgen loodzwaar doorwogen. En een al even noodlottige leidraad is de grondwet van de Weimarrepubliek die de val van de ene regering na de andere mogelijk maakte. Boven dat alles kwam dan nog de beurscrash van New York, die het spel van Hitler in de hand werkte.

PROBLEMEN REPUBLIEK
Verdrag van Versailles   Vredesvoorwaarden

Grondwet   staatsorganisatie

Grondwet   grondrechten

Dolkstootlegende   erfenis uit oorlog

Ambtenarij   niet democratisch

Justitie   niet democratisch

Groener-Ebert-Pact   militair tegen communisten

Reichswehr   leger, staat in de staat

Vrijkorpsen   paramilitair

In het lange verhaal van de Weimarrepubliek staan we voor de derde fase ervan: de totale ondergang van de democratie en de macht van het nationaal-socialisme van Adolph Hitler. Deze fase breekt aan in 1930 en zou culmineren in de machtsovername door Hitler in 1933. Volgende week komt deze dramatische pagina in de Duitse geschiedenis aan bod.

Hoe was het met de macht van de nationalisten en de nationaal-socialisten gesteld voor het jaar 1930? Laten we eerst het succes of de tegenslag van Hitlers partij even bekijken. De NSDAP werd opgericht in 1920. Van bij de aanvang had Adolph Hitler het 25-punten-programma laten opstellen. Dat bevatte alle punten die vanaf 1933 onverminderd werden toegepast: antisemitisme, rassenhaat, herstel van het grote Duitsland.. alles zat er reeds in 1920 in. In de eerste jaren kwam de NSDAP niet politiek op in de Reichstag. De partij was slechts actief in Bayern en zocht vooral door geweld en intimidatie aanhang te verwerven. Toen Hitler zijn putsch wou uitvoeren in 1923 (zie eerdere posting) werd hij gevangen genomen. Toen besefte hij, dat met geweld geen succes te halen was. Hij besloot om op een politieke wijze via verkiezingen de macht te kunnen grijpen. Zijn partij werd een korte tijd verboden, maar kreeg daarna beetje bij beetje aanhang ook buiten Bayern. In 1924 haalde de NSDAP 6,5 % der stemmen in de Reichstag, echter alleen door samenwerking (kartelvorming) met een andere kleinere nationalistische partij. In 1928 kwam de NSDAP onafhankelijk op en haalde slechts 2,6 % der stemmen (12 op de 491 zetels). We kunnen dus alles behalve van een succes spreken tot dat jaar.

POLITIEKE PARTIJEN
KPD   communisten, niet democratisch

USPD   linkse socialisten

SPD   gematigde socialisten

ZENTRUM   conservatieven

DDP   linkse liberalen

BVP   Bayerse conservatieven

DVP   nationalistische liberalen

DNVP   nationalisten, niet democratisch

NSDAP   nazi's, niet democratisch

DNVP

Hitler was dan ook op rijksniveau van kleinere betekenis tot 1930. De grote nationalistische partij in de jaren twintig was de DNVP. Zij werd opgericht in november 1918 als reactie gegen de revolutie. Tot deze groepering traden in hoofdzaak de monarchisten toe, zij die droomden van een herstel van het oude keizerrijk. Maar ook republiekvijandige nationalisten traden massaal toe tot de DNVP. Zij streefden een dictatuur na. Algemeen kan men de DNVP beschouwen als een verzamelbekken van conservatieven, monarchisten, nationalisten, antisemieten en liberalen (alle ingrediënten van de NSDAP, behalve racisme). Dat vertolkte zich in hoofdzaak in grootgrondbezitters, adel, officieren, boeren en vrije beroepen.

Reeds in 1919, bij de eerste verkiezingen voor de Weimarrepubliek, haalde de partij 10,27 % der stemmen, en was meteen de vierde grootste na de SPD, Zentrum en DDP (de drie partijen die de Weimarrepubliek kenmerkten). In 1924 was de DNVP reeds de tweede grootste partij van het land met ongeveer 20 % van alle stemmen.

Hoe meer de partij groeide, hoe meer extreem nationalisten er hun thuis zochten, vooral sinds 1925. Tot dat jaar was de DNVP geen regeringspartij. Zij werd stelselmatig geweerd door de democratie-vriendelijke partijen (SPD, Zentrum, DDP, DVP). Zelfs toen vanaf einde 1920 de SPD door het Zentrum en de DDP en de DVP genegeerd werd in regeringssvormingen, hadden de leden van de DNVP geen enkele kans om in de regering te stappen, ook al waren zij de tweede grootste partij geworden. De conservatieven uit het Zentrum en de liberalen uit de DDP en DVP vermeden aldus jaren na elkaar een nationalistische antisemitische partij. Reden daarvoor was logisch: zij probeerden de geallieerden een gunstig beeld te geven van de politieke constellatie in Berlijn. Anderzijds waren zij door die houding bevreesd voor reacties van de DNVP en vermeden daarom de SPD vanaf 1920. De socialisten werden immers geviseerd door de nationalisten als landverraders (dolkstootlegende).

Toen in 1924 de gouden jaren begonnen, werd de 'vrees' voor de geallieerden kleiner. Amerikaans kapitaal stroomde het land binnen door het Dawes-plan. De klassieke partijen waren dan ook niet meer zo gekant tegen een regeringsdeelname van de DNVP, met als gevolg dat de nationalisten in de regering kwamen in januari 1925. Enkele maanden later werd Paul von Hindenburg gekozen tot rijkspresident. Hij was zonder overdrijving het 'toppunt' van een monarchist. De DNVP zag in hem dan ook een bondgenoot. Als gevolg daarvan bleef de partij in de daaropvolgende regeringen. In tegenstelling tot Hitlers NSDAP, was de DNVP de succes-partij van de extremisten in de jaren twintig.

Hoe extremistisch de partij wel was, bleek uit de paramilitaire organisatie die de partij bijstond. Zoals Hitler zijn NSDAP beschermde met de knokploeg SA, de bruine hemden, zo had ook de DNVP een paramilitaire beschermgroep. Die heette de "Stahlhelm". Zij bestond uit extremistische officieren van het oude keizerlijke leger. net zoals de SA trad Stahlhelm op bij elke manifestatie van de DNVP. Het succes van deze groepering was ongekend. Tegen het einde van de jaren twintig telde de paramilitaire organisatie meer dan een half miljoen leden. De SA stond letterlijk in de schaduw!

De aanwezigheid van de DNVP in de regeringen van de Weimarrepubliek betekende een merkenswaardige verrechtsing van Duitsland, gesteund door de rechtsgezinde rijkspresident Paul von Hindenburg. Twee merkwaardige feiten vertolken deze verrechtsing. Enerzijds stelde Paul von Hindenburg in 1926 per presidentiële volmacht, dat alle Duitse ambassades in het buitenland de zwart-wit-rode vlag van het oude keizerrijk moesten uithangen in plaats van de zwart-rood-gouden vlag. Binnen de regering was daar geen verzet tegen te bespeuren door de steun van de DNVP.

ROND DIT THEMA
Stahlhelm   paramilitaire organisatie

Vermogensprobleem   der Hohenzollern

Anderzijds vertolkte die verrechtsing zich in de problematiek van de eigendommen der Hohenzollern. Dat adelijke geslacht bezat alle keizerlijke eigendommen. Sinds de revolutie van 1919 was het hele vermogen van de Hohenzollern geblokkeerd, maar het bleef hun bezit. In 1925 wou de DDP (de liberalen) een wetsvoorstel doordrukken waarbij de afzonderlijke deelstaten zouden beslissen over het lot van dat vermogen. De communisten reageerden daarop furieus en eisten de onteigening ervan. De SPD sloot zich daarbij aan en er werd een volksraadpleging (een referendum) over gehouden. Bij dergelijk procedure moesten 10 % van de kiezers positief stemmen. Wel... ongeveer 1/3de was voor onteigening. Maar de grondwet voorzag, dat de Reichstag dergelijke volksraadpleging naast zich kon neerleggen . Rijkspresident Paul von Hindenburg had dan ook geen enkel probleem om de DNVP te bewegen tot verwerping ervan. Maar de grondwet voorziet dat bij verwerping van een volksraadpleging door de Reichstag het volk kan overgaan tot een "volksbeslissing". Dat laatste is mogelijk, wanneer de helft van de kiesgerechtigden positief stemt. Die procedure werd dan ook opgestart. De DNVP mobiliseerde daarop haar Stahlhelm en bedreigde de bevolking: indien een kiezer gaat stemmen, wordt dit aanzien als een toestemming , werd algemeen verspreid met de harde hand van de Stahlhelm. Ook Hitler met zijn SA was van de partij. Resultaat: 37,9 % van de kiezers waagde het naar de stemlokalen te gaan. Er werden slechts 1,5 % tegenstemmen geteld, maar de noodzakelijke 50 % van alle kiesgerechtigden was niet gehaald. Het vermogen van de Hohenzollern bleef dan ook in hun handen. Zo zien we maar, hoe extreem rechts ergens al dictatoriaal optrad, lang voor Hitler met zijn NSDAP de kroon op het werk zou zetten...

Verval van de DNVP

PERSONEN


Paul von Hindenburg   generaal, tegenstander verdrag van Versailles, monarchist, rechtse conservatieve gerichtheid, rijkspresident 1925-1933

Alfred Hugenberg   DNVP, nationalist, republiek-vijandig. media-boss

In 1928 veranderde het politieke landschap echter in de Weimarrepubliek. Zoals in de vorige posting gezien, haalden de socialisten een grote overwinning bij de verkiezingen. Reden daarvoor was de toegenomen werkloosheid in de gouden jaren. De ondernemers hadden het goed, zeer goed, maar zij vermeden het om al te veel werkkrachten aan te werven; en zij die werk vonden, moesten tevreden zijn met een laag loon. Rijkspresident Paul von Hindenburg heeft toen de beslissing genomen om Hermann Müller van de SPD tot rijkskanselier te benoemen. Zoals in de vorige posting aangegeven, was dat een listige truc om de socialisten in diskrediet te brengen bij de bevolking en aldus rechts meer kansen te bieden. De SPD zou immers het land ruïneren eens terug aan de macht sinds 1920. En de geschiedenis rond het Young-plan bevestigde dit.

Bij die verkiezingen in 1928 leden de klassieke partijen en vooral de DNVP ernstige verliezen. Die laatste zakte van 20 % der stemmen naar 14 %. De partij viel daardoor uit de regering. Binnen de partij koos men daarop een nieuwe voorzitter. Dat werd Alfred Hugenberg. Die man was de media-boss van Duitsland. Hij bezat alle belangrijke krantenuitgeverijen. Hij stond tevens bekend als een conservatieve monarchist, die echter realistisch genoeg was om te weten, dat een herstel van de monarchie utopisch was, en daarom overhelde naar een nationalistische dictatuur. Met andere woorden: de DNVP werd ondemocratisch en leunde meer aan bij de partij van Adolph Hitler. Vanaf 1929 kwam het tot een eerste samenwerking met de NSDAP. Of dit in het voordeel van de DNVP zou zijn? Dat zien we volgende week... de ondergang van de democratie is aangebroken.

 

WEIMARREPUBLIEK
Het ontstaan van het Verdrag van Versailles   (14 jan 2008)

De bepalingen van het Verdrag van Versailles   (15 jan 2008)

Staatsbestel naar de grondwet   (16 jan 2008)

Grondrechten en politieke partijen   (17 jan 2008)

Factoren die het de Weimarrepubliek moeilijk maakten   (18 jan 2008)

Een staatsgreep kondigt zich aan: de Kapp-putsch 1920   (21 jan 2008)

Kapp-putsch schijnbaar voltooid   (22 jan 2008)

Kapp-putsch mislukt, communisten lokken burgeroorlog uit   (23 jan 2008)

Oorlogskosten en het ultimatum van Londen in 1921   (24 jan 2008)

Oorlogskosten en het verdrag van Rapallo   (25 jan 2008)

De Duitse inflatie beginjaren twintig   (28 jan 2008)

De Rijnrepubliek   (29 jan 2008)

Het begin van de Ruhrbezetting   (30 jan 2008)

Ruhrbezetting 1923: verzet   (31 jan 2008)

Hyperinflatie 1923   (11 feb 2008)

Heropflakkering Rijnrepubliek 1923   (12 feb 2008)

Aanloop tot de Hitler-putsch   (13 feb 2008)

Hitler-putsch brengt hem in de gevangenis   (14 feb 2008)

Het Dawes-plan en de gouden jaren   (18 feb 2008)

Het einde van rijkspresident Friedrich Ebert   (19 feb 2008)

Paul von Hindenburg, conservatieve ommezwaai   (20 feb 2008)

Verdragen van Locarno verstevigen de vrede   (22 feb 2008)

Yound plan 1930   (28 feb 2008)

DNVP, extreem recht in de jaren twintig   (29 feb 2008)

Paul von Hindenburg en zijn camarilla   (03 maa 2008)

1930-1932: Eerste golf van ondemocratische maatregelen   (04 maa 2008)

1932: De democratisch Weimarrepubliek sterft   (05 maa 2008)

1932: De ultieme adrenalinestoot   (06 maa 2008)

1933: Hitler aan de macht   (07 maa 2008)

18:42 Gepost door Sebastian in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: weimarrepubliek, nationalisme |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.