27-01-08

Bevrijdiing Auschwitz-Birkenau: getuigenverslag

Auschwitz-Birkenau
grootbeeld

De dag dat het Rode Leger Auschwitz-Birkenau bevrijdde
Auschwitz-Birkenau

Bevrijding Auschwitz-Birkenau

Vandaag voor 63 jaar werden de gevangen van Auschwitz-Birkenau door het Rode Leger bevrijd, althans zij die overleefden. Een aangrijpend verslag van die dag verscheen vandaag in Der Spiegel, verslag van een van de Russische soldaten die bij de actie betrokken was. De ooggetuige is soldaat Nikolai Politanow, geboren in Stawropol in Rusland in 1928, sinds 1943 soldaat van het Rode Leger, woont sinds de jaren zeventig in Bayern. Hier een Nederlandse vertaling van zijn relaas:

Ik was in die tijd vertolker aan het front. Onze strijdkrachten hadden half Polen ingenomen, op Nieuwjaarsdag 1945 bereikten we Krakau. Daar vernam ik Duitse en Italiaanse krijgsgevangenen. Dan kregen we het bevel snel langs de stad heen te trekken naar het concentratiekamp Auschwitz om er de gevangenen te bevrijden. Wanneer we in de voormiddag, 27 januari 1945, met onze tanks voor de hoofdpoort van het KZ stonden, hadden de bewakers reeds lont geroken en waren deels gevlucht. Nog slechts enkele waren achtergebleven, velen hadden zelfmoord gepleegd.

Geen een bood weerstand. De hoofdpoort van het KZ was wel afgesloten. Onze tanks doorbraken de poort. De ene camion na de andere met onze soldaten reed het terrein op. De soldaten sprongen van de camions en ontwapenden de resterende bewakers en namen hen in hechtenis.

Ontzettende beelden

Van ver konden we zien, hoe de arbeiders van de crematoria van het drie kilometer verder gelegen Birkenau nog werkten. Rook en steekvlammen schoten daar immers uit twee schoorstenen. De overige schoorstenen waren buiten dienst. Die arbeiders waren blijkbaar niet geïnformeerd dat het Rode Leger er reeds aankwam. We reden dan tot aan de hoofdpoort van het vernietigingskamp Birkenau. Het kamp kwam over als een onopgeruimd kerkhof. Er hing een bijtende lucht. Het was ontzettend daar. Op het terrein lagen grote hopen briketten. Hoe dieper we in het kamp indrongen, hoe sterker de stank werd van verbrand vlees en vanuit de lucht regende het smerige zwarte asse die de sneeuw overdekte. Dan kwamen we aan de crematoria, de kern van het vernietigingsmechanisme. Gezien de gaskamers reeds deelswijze gedemonteerd waren door het bericht over het naderende Rode Leger, hadden de SS-commandanten het bevel gegeven om de gevangene die tot op het skelet vermagerd waren, levend in het open vuur van de crematoria te werpen. Men wou vooral de zieken en uitgeputten zo snel mogelijk kwijt om alle sporen uit te wissen.

Onbeschrijflijke ellende

Voor de barakken stonden ontelbare gestalten in hun ellende met ingevallen gezichten en kale koppen. Ze wisten niet dat wij kwamen. Zij waren door onze komst zo verrast, dat velen bewusteloos vielen uit reactie. Een beeld, dat niemand onberoerd kan laten...

De ovens waren nog heet en enkele brandden nog, toen we aankwamen. De arbeiders aan de ovens waren stomverbaasd als ze ons zagen. Zij zagen er krachtig uit. Het waren meestal Kapos uit de rijen van de gevangenen zelf. Ze begroetten ons met een verlegen glimlachen, een mengsel van angst en vreugde. Als op commando smeten ze hun stookstokken weg. Naar ons toe waren ze vrijuit in hun woorden. Er vielen woorden van woede en onmacht tegenover Hitler. Ik weet nog, hoe een oudere arbeider 'dank u,' stamelde, "dank u vriend, ik mag toch vriend tegen u zeggen?"

Ik vroeg aan een van hen, een Oekraïner: "Waarom doet u dat?". Daarbij wees ik op de ovens. Zonder de wimpers te verroeren antwoordde hij: "Ze hebben me nooit gevraagd of ik het wou. Neen, ik wou niet, maar liever aan de ovens werken, dan zelf verbrand te worden. Daarom dus." Ik was sprakeloos, schudde mijn hoofd.

Dat kan toch niet!

Wij stonden daar. Niemand durfde nog naar de brandende ovens kijken. "Gedaan! Allen naar buiten," riep onze onderluitenant Sergejew. Buiten aangekomen zei hij met stokkende diep bewogen stem: "Dat kan toch niet, midden in de 20ste eeuw. Ik kan onmogelijk begrijpen dat zulke gruwelijkheden zich kunnen voordoen. Als er echt een god bestaat, kan hij misschien eens proberen te verklaren waarom zoiets mogelijk is."

We stonden rond hem. Niemand zei iets. Uit de barakken kwamen hongerige skeletten gekropen, kinderen in lompen. Als mieren verzamelden ze zich in grote groepen, schreeuwden om brood met uitgestrekte armen. Ze weenden uit vertwijfeling.

Stervende vrouw

We bezochten enkele barakken en geloofden onze eigen ogen niet. Op strozakken lagen naakte, rochelende gestalten. Het was moeilijk te zeggen of het werkelijk mensen waren. Ik raakte een van hen aan. Zij reageerde niet, was dood. Daar heerste enkel de dood. Het stonk ernaar.

In een andere barak lag een vrouw te sterven. Ik vroeg haar naar verwanten. Ze bevestigde. Per luidspreker hebben we haar familieleden opgeroepen. Zij konden nog net afscheid nemen, een arts kon de vrouw niet meer redden.

Dan concentreerden we ons op het bestuursgebouw van het KZ. Aan een muur vond ik een bericht: "Duitsers, wij zijn de 'Herren'. Alleen onze belangen gelden hier. Voortplanting van het Slavische volk is niet gewenst. Kinderloosheid en abortus zijn op hen van toepassing. Slavische kinderen mogen niet opgevoed worden. Als ze tot 100 kunnen tellen, dan volstaat het. Zij die geen arbeid kunnen verrichten, zullen sterven." Ik stokte, ben zelf Slavisch.

Ik vertaalde de tekst voor mijn medesoldaten. Zij schudden het hoofd. Een van hen rukte het papier van de muur.

"Zijn jullie arische vrouwen?"

Onze soldaten hadden ondertussen enkele vrouwelijke bewaaksters samengedreven. "Zullen we ze even...?", geilde een van ons. "Neen, geen domheden," verzette zich onze opperluitenant. "Wat zit daar in jouw zakken?" vroeg ik een van de vrouwen. Een soldaat haalde er een brochure uit. De titel luidde: "Wet ter bescherming van het erfgoed van het Duitse volk". Ik doorbladerde enkele pagina's: "Bewijs van Arische afkomst, huwelijksverbod, anglo-joodse besmetting."

"Zijn jullie allen van arische afkomst?" vroeg ik. Die vrouwen keken me ijskoud aan: "Ik weet het niet." We moesten lachen. "Waar zijn uw legerartsen?" wou ik weten. "Niet hier, de piste uit," zei een van hen. "En waar zijn de mannelijke gevangenen?" "Reeds een week geleden werden ze weggetransporteerd, waarschijnlijk naar de KZ's van Majdanek of Treblinka."

ROND DIT THEMA
Betreffend artikel   in Der Spiegel
Blitsende camera's

Het werd avond. Reeds heel wat nieuwsjagers waren toegekomen. Overal blitsten de camera's. Beetje bij beetje moesten we ervaren, dat Auschwitz een selecteringskamp was. Hier werd gekozen tussen het vergassen van joden of het verder sturen in de dwangarbeid. Men stond erop de werkonbekwame joden onmiddellijk te vergassen.

De ordetroepen arriveerden met de hogere officieren Rokossowski en Konjew. Hospitaalsoldaten verdeelden kledij en beddegoed aan de gevangenen, alsook thee en brood aan die verhongerde levende skeletten. Dan kwamen de militaire vrachtwagens. Tegen middernacht werden de bevrijde gevangenen weggevoerd. Zij die nog konden lopen, hadden geen geduld en waren reeds te voet naar Sosnowitz getrokken. Alleen de Kapos en het personeel van het kamp bleven achter. Zij moesten in de nacht graven delven om de lijken te begraven. Schijnwerpers werden opgesteld.

16:37 Gepost door Sebastian in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: kz s, auschwitz, birkenau |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.