24-01-08

Weimarrepubliek: oorlogsschuld

weimar
Weimarrepubliek

Oorlogsschuld en het ultimatum van Londen 1921

Nevenstaand plakkaat van de socialisten, de sociaal-democraten, geeft het beste weer, hoe Duitsland zwalpte in de jaren tussen de twee wereldoorlogen: de Weimarrepubliek. Zwalpen is hier het gepaste woord. In deze periode van 1919 tot 1933 lagen vier politieke strekkingen dwars op elkaar en bepaalden de pogingen tot opgang van de democratie en uiteindelijk ondergang van de democratie. Twee strekkingen werkten relatief goed met elkaar samen: aan de linkse kant de socialisten (SPD) die zich de ware democraten noemden, en aan de rechtse kant de conservatieven (Zentrum) die eigenlijk meer aan het oude keizerrijk bleven hangen dan aan democratie, en de liberalen die zich gelijk aan de conservatieven opstelden. Uiterst links van de socialisten bewoog zich de derde strekking: de communisten (KPD) die radicaal een democratie verwierpen en een radenrepubliek (sowjetrepubliek) naar het voorbeeld van Moskou nastreefden. En uiteindelijk vormden de nationalisten en nationaal-socialisten van Hitler de vierde strekking, die het uiteindelijk zou halen... Zij streefden evenmin een democratie na en dwongen een dictatuur op. Maar niet alleen de tegenstellingen tussen de vier politieke strekkingen leidden tot de agonie van de jonge Duitse democratie. Een ware leidraad doorheen deze jaren is het Verdrag van Versailles, vredesregeling na de Eerste Wereldoorlog. waarvan de gevolgen loodzwaar doorwogen. En een al even noodlottige leidraad is de grondwet van de Weimarrepubliek die de val van de ene regering na de andere mogelijk maakte. Boven dat alles kwam dan nog de beurscrash van New York, die het spel van Hitler in de hand werkte.

PROBLEMEN REPUBLIEK
Verdrag van Versailles   Vredesvoorwaarden

Grondwet   staatsorganisatie

Grondwet   grondrechten

Dolkstootlegende   erfenis uit oorlog

Ambtenarij   niet democratisch

Justitie   niet democratisch

Groener-Ebert-Pact   militair tegen communisten

Reichswehr   leger, staat in de staat

Vrijkorpsen   paramilitair
Een hekelige rode draad doorheen de Weimarrepubliek is het probleem van de herstelbetalingen, de oorlogsschulden. Tot 1914 heerste in de wereld het principe van de tabula rasa na een oorlog. De betrokken partijen leefden gewoon verder, ieder herbegon weer op een nieuwe lei. Dat was de geest door de eeuwen en de eeuwen. De Eerste Wereldoorlog was de allereerste oorlog die afgesloten werd met een schuldvraag. De geallieerden stelden in het Vredesverdrag van Versailles voor het eerst in de geschiedenis de schuldvraag voor de oorlog, en er werd unaniem vastgelegd dat de alleenschuld enkel en enkel bij Duitsland lag. Vreemde vaststelling: geen gerechtelijke instantie oordeelde, maar wel politici... De 'schuldige' had daarin niet de minste inspraak. En gezien een schuldige vastgelegd werd, volgde daaruit een vergoeding voor die schuld: herstelkosten werden geëist.

De schuldvraag voor de Eerste Wereldoorlog en de gevolgen ervan

De schuldvraag voor de Eerste Wereldoorlog is op de dag van vandaag nog steeds niets geklaard, hoewel de geallieerden in 1919 bij het verdrag van Versailles die schuld eenduidig vastlegden. Vele specialisten overal ter wereld hebben grote vraagtekens bij deze schuldtoewijzing. Zeker, Duitsland draagt schuld, zonder meer. Maar andere landen hebben ook schuld aan de uitbreiding van de oorlog op wereldvlak. Enkele landen profiteerden van de situatie om lokale problemen elders meteen met die oorlog op te lossen. Zowel in Duitsland als elders werd de schuldvraag zeer intens behandeld en men is nog steeds niet tot een klare stelling gekomen. Binnen afzienbare tijd zal op deze blog een serie postings verschijnen over dit moeilijke punt van de schuldvraag.

POLITIEKE PARTIJEN
KPD   communisten, niet democratisch

USPD   linkse socialisten

SPD   gematigde socialisten

ZENTRUM   conservatieven

DDP   linkse liberalen

BVP   Bayerse conservatieven

DVP   nationalistische liberalen

DNVP   nationalisten, niet democratisch

NSDAP   nazi's, niet democratisch
Door die vaststelling van de schuld in het Verdrag van Versailles werd Duitsland een loodzware oorlogsschuld opgelegd, herstelkosten genaamd. Nu kon men verwachten, dat die herstelkosten ten laste van Duitsland zouden benut worden om de schade van de betrokken landen en die van de individuele burgers ervan te vergoeden. Met andere woorden: het Duitse kapitaal zou dienen voor heropbouw. Maar daar is weinig of niets van terechtgekomen. De hele herstelkostenregeling was in 1919 bij het Verdrag van Versailles voorzien om de kredietleningen van de betrokken landen terug te betalen aan de USA. Frankrijk had miljarden bij de USA geleend om haar wapenuitrusting adequaat te maken, evenzo hadden Groot-Brittannië, Italië, enzovoort gehandeld. De USA dachten in hoofdzaak aan het incasseren van die uitgeleende gelden. Het is zelfs zo, dat de USA zich na het Verdrag van Versailles geheel uit Europa terugtrokken en het aan zijn lot overlieten. Enkel de zekerheid dat de uitgeleende gelden aan de andere geallieerden terugbetaald worden en dat Duitsland voldoende mogelijkheden kreeg om een waar bolwerk te worden tegen de communisten (die anti-kapitalistisch waren) ... dat was voldoende voor de USA. De rest interesseerde hen niet. Over heropbouw werd geen woord gerept, staat ook niet in het Verdrag van Versailles. Dat stootte op felle kritiek in zowel de USA zelf als in andere landen. Pas vanaf 1923 zouden de USA inzien, dat het anders had moeten verlopen.

PERSONEN
Friedrich Ebert   SPD, rijkspresident 1919-1925, democraat

Walther von Lüttwitz   generaal, tegenstander Vrede van Versailles, putschist

Wolfgang Kapp   staatsbeambte, Oud-Pruisisch gezinde, tegenstander Vrede van Versailles, putschist

Hans von Seeckt   generaal-majoor, tegenstander Vrede van Versailles, architect Staat in de staat voor het leger, conservatief, anti-nazi, anti-republiek

Erich Ludendorff   generaal, tegenstander Vrede van Versailles, nazist, putschist, dictatuur-gericht

Walther Rathenau   liberaal (DDP), industireel, rijksminister Buitenlandse Zaken, democraat, (vermoord)
Duitsland zou dus alle 'herstelkosten' (lees: terugbetalingskosten van de geallieerden aan de USA) moeten dragen. Op het Verdrag van Versailles zelf werden slechts voorlopige cijfers vastgelegd. In latere conferenties zouden dan de definitieve betalingen geregeld worden en daarbij werd bepaald, dat Duitsland nooit (dat zou later veranderen) bij dergelijke conferenties een gesprekspartner zou zijn. De 'schuldige' moest aldus buigen en had niet de minste inspraak. Het verdrag legde voorlopig een oorlogsschuld vast van 20 miljard goudmarken (7 miljoen kilogram goud), door Duitsland te betalen tegen uiterlijk april 1921. Tevens stond het Duitsland vrij om die betalingen te doen in geld of in natura (kolen en staal).

In Duitsland was niemand bereid deze oorlogsschuld te betalen. De grote vraag die voor het eerst na oorlogen gesteld werd, de oorlogsschuld, was voor geen enkele politieke partij in Duitsland duidelijk beantwoord. Daarom werden die oorlogsschulden dan ook niet aanvaardbaar. Nochtans voelde de regering in Berlijn de druk van de geallieerden en ging uiteindelijk over tot betaling in mondjesmaat. Dat alleen was reeds een grote ergernis in de ogen van de communisten (KPD) en de rechtse nationalistische partijen en partijtjes.

Conferenties om de totale oorlogsschuld voor Duitsland vast te leggen

In juni 1920 hadden de geallieerden – vooral Frankrijk – de buik vol van de mondjesmaat-betalingen. Er werd een conferentie georganiseerd in Bologna. Daar zou men de uiteindelijk sommen vastleggen die Duitsland moet betalen. Frankrijk was het hevigste in de eisen. Het land had immers de hoogste kredieten geleend van de USA en wou Duitsland breken tot op het bot. Doel was - tussendoor – het bereiken van de alleenmacht van Frankrijk op continentaal Europa. Men was dan ook niet mals in Bologna: Duitsland moet in totaal geen 20 miljard goudmarken betalen, maar.... 296 miljard goudmarken. Ter vergelijking: dat komt overeen met ongeveer 94 miljoen kilogram goud. Even daarbij een manke vergelijking, mank omdat de goudprijs tegenwoordig uitzonderlijk hoog staat: in tegenwoordige tarieven en huidige goudprijs zou dit een schuld betekenen van 2,1 biljoen Euro. Duitsland zou dat moeten betalen in geld of natura over een termijn van 42 jaren. In een latere conferentie, conferentie van Spa, in diezelfde zomer 1920 werd de verdeelsleutel van deze gelden vastgelegd. Frankrijk zou 52 % van de gelden ontvangen, Groot-Brittannië 22 %, Italië 10 % , België 8 % en de rest gaat naar de andere landen. Indien Duitsland de jaarlijkse betaling van de vastgelegde som niet aanhoudt, dan wordt het Ruhrgebied bezet (eis van Frankijk).

De Duitse regering, die niets anders kon dan dit 'vonnis' te aanhoren, reageerde gelaten en besloot dezelfde tactiek als tevoren te hanteren: mondjesmaat in de batalingen. In januari 1921 wou Frankrijk die afremmende handelswijze van Duitsland stoppen. Er werd een conferentie van Parijs belegd, waarop dezelfde sommen geëist werden in dezelfde 42 jaren. Om echter tegemoet te komen aan de grote geldnood in Duitsland, was Frankrijk bereid om de totale som van 296 miljard goudmarken als volgt te splitsen. 223 miljard goudmarken te betalen in jaarlijkse schijven over 42 jaren, en daarbij afstand van 12 % van de Duitse inkomsten aan export per jaar.

David Lloyd George
grootbeeld

Brits minister-president David Lloyd George stelt op 5 mei 1921 een ultimatum aan Duitsland

Bezetting van Duitse steden aan de Rijn maart 1921

Nog steeds veranderde Duitsland zijn traagheid in betaling niet. Daarop besloot Frankrijk om in actie te komen. Er werd met België overlegd en op 8 maart 1920 trokken Belgische en Franse troepen in Duisburg en Düsseldorf in. Die beide steden liggen aan de Rijn en vormen de poort tot het Ruhrgebied. Kijk eens aan: de kleine David België was in 1914 bezet geworden door Goliath Duitsland en nu, 1921, bezet de kleine David de Goliath! Duitsland reageerde verontwaardigd, maar was militair machteloos. Het doel van Frankrijk en België was uiteraard een vlottere betaling door Duitsland, de keuze van de bezette steden echter was zuiver tactisch. Vooral Duisburg was het doel, omdat die binnenhaven de overslaghaven was van Duitse kolen en staal.

Engels ultimatum aan Duitsland

ROND DIT THEMA
Conferentie van Spa 1920   herstelkosten
De bezetting van Duisburg en Düsseldorf bracht enige beweging in de betalingen, maar slechts schoorvoetend. Op 4 mei 1921 weigerde de liberale partij DVP definitief goedkeuring te geven in de Reichstag om verdere betalingen te doen. Daarmee zou dan ook een einde van de herstelbetalingen ingaan. In Engeland reageerde men onmiddellijk en zeer verontwaardigd. Groot-Brittannië stond 100 % achter de eis van Frankrijk en België voor een stipte betaling door Duitsland. Immers... de USA drongen steeds maar aan op terugbetaling van de oorlogdkredieten aan zijn bondgenoten. De dag nadat de Duitse DVP-partij de betalingen blokkeerde, riep de Britse minister-president David Llyod George de Duitse ambassadeur op het matje. Hem werden, na ruggespraak met de ander geallieerden, nieuwe voorwaarden opgelegd voor de herstelkosten. Gezien Duitsland het blijkbaar moeilijk had om de 296 miljard goudmarken te betalen, zijn de geallieerden bereid dit bedrag te reduceren tot 132 miljard goudmarken. Dat is meer dan een halvering. Maar... in plaats van 12 % van de inkomsten uit Duitse export, zou het land 26 % ervan moeten betalen, jaarlijks. Binnen de zes dagen moet Duitsland akkoord gaan met deze nieuwe regeling. Bij weigering binnen de gestelde termijn zou het Ruhrgebied volledig bezet worden. Een waar ultimatum...

Morgen zien we de reactie van Duitsland.

 

WEIMARREPUBLIEK
Het ontstaan van het Verdrag van Versailles   (14 jan 2008)

De bepalingen van het Verdrag van Versailles   (15 jan 2008)

Staatsbestel naar de grondwet   (16 jan 2008)

Grondrechten en politieke partijen   (17 jan 2008)

Factoren die het de Weimarrepubliek moeilijk maakten   (18 jan 2008)

Een staatsgreep kondigt zich aan: de Kapp-putsch 1920   (21 jan 2008)

Kapp-putsch schijnbaar voltooid   (22 jan 2008)

Kapp-putsch mislukt, communisten lokken burgeroorlog uit   (23 jan 2008)

Oorlogskosten en het ultimatum van Londen in 1921   (24 jan 2008)

Oorlogskosten en het verdrag van Rapallo   (25 jan 2008)

De Duitse inflatie beginjaren twintig   (28 jan 2008)

De Rijnrepubliek   (29 jan 2008)

Het begin van de Ruhrbezetting   (30 jan 2008)

Ruhrbezetting 1923: verzet   (31 jan 2008)

Hyperinflatie 1923   (11 feb 2008)

Heropflakkering Rijnrepubliek 1923   (12 feb 2008)

Aanloop tot de Hitler-putsch   (13 feb 2008)

Hitler-putsch brengt hem in de gevangenis   (14 feb 2008)

Het Dawes-plan en de gouden jaren   (18 feb 2008)

Het einde van rijkspresident Friedrich Ebert   (19 feb 2008)

Paul von Hindenburg, conservatieve ommezwaai   (20 feb 2008)

Verdragen van Locarno verstevigen de vrede   (22 feb 2008)

Yound plan 1930   (28 feb 2008)

DNVP, extreem recht in de jaren twintig   (29 feb 2008)

Paul von Hindenburg en zijn camarilla   (03 maa 2008)

1930-1932: Eerste golf van ondemocratische maatregelen   (04 maa 2008)

1932: De democratisch Weimarrepubliek sterft   (05 maa 2008)

1932: De ultieme adrenalinestoot   (06 maa 2008)

1933: Hitler aan de macht   (07 maa 2008)

De commentaren zijn gesloten.