23-01-08

Taalgebruik: het voegwoord "zu", deel 2

bild3
Spraakkunst

Gebruik van het voegwoord "zu".

Vorige maandag werden reeds enkele problemen vermeld bij het gebruik van het voegwoord zu. Vandaag wordt dit thema aangevuld.

Indien de infinitief geben bij een andere infinitief staat, dan moeten beide infinitieven voorzien worden van het voegwoord zu. Indien de infinitief geben bij een andere infinitief staat samen met een modaal werkwoord in de infinitief, dan valt het voegwoord zu bij geben weg. Voorbeelden:

  • Zahlreiche prominente Personen besuchten die Ausstellung ohne sich zu erkennen zu geben.
  • Ich hoffe mich zu erkennen geben zu können.

Bij een opeensomming van gebeurtenissen door middel van infinitieven mag het woord zu niet uitgespaard worden, maar moet bij elke infinitief vermeld worden. Voorbeeld:

  • Es begann zu stürmen und zu schneien.

Indien men een infinitief als deel van een omschrijving gebruikt die de functie heeft van een zelfstandig naamwoord, dan mag (moet niet ) het voegwoord zu gebruikt worden. Voorbeelden:

  • Ein Tier quälen ist böse.
  • Ein Tier zu quälen ist böse.

Bij het gebruik van het werkwoord brauchen in combinatie met een negatie of met de beperkende woorden erst, nur mag (moet niet) het voegwoord zu bij een volgende infinitief staan. In de geschreven taal zet men meestal dit voegwoord erbij, hoeft echter niet. (Gebruikt men geen zu, dan gedraagt het werkwoord brauchen zich als een modaal werkwoord.) Voorbeelden:

  • Du brauchst nicht kommen
  • Du brauchst nicht zu kommen
  • Man braucht erst morgen anfangen.
  • Man braucht erst morgen anzufangen

Een verwarrend gebruik van zu kan voorkomen in de combinatie um zu. Daarbij gelden de volgende regels:

Men gebruikt de combinatie um zu enkel als de bijzin een gevolg of een doel van de hoofdzin is. Voorbeelden:

  • Er defragmentiert seinen PC, um die Geschwindigkeit des PCs aufzutreiben.
  • Er is gebildet genug, um dies zu verstehen.
  • Sie ist viel zu aufmerksam, um dies zu übersehen.

Heeft de bijzin enkel een attributieve functie, dan mag het voegwoord um niet aan zu toegevoegd worden. Voorbeelden:

  • Der Weg, diese Frage zu lösen, ist schwer.
  • Seine Fähigkeit, die Menschen zu begeistern, ist groß.

Tot daar het gebruik van zu als voegwoord. Eigenlijk was dit thema meer passend bij taalgebruik dan bij spraakkunst. Morgen donderdag volgt meer over taalgebruik in het Duits.

10:22 Gepost door Sebastian in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: taalgebruik, duits, voegwoorden |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.