16-01-08

Weimarrepubliek: de grondwet

weimar
Weimarrepubliek

Grondwet Weimarrepubliek

Nevenstaand plakkaat van de socialisten, de sociaal-democraten, geeft het beste weer, hoe Duitsland zwalpte in de jaren tussen de twee wereldoorlogen: de Weimarrepubliek. Zwalpen is hier het gepaste woord. In deze periode van 1919 tot 1933 lagen vier politieke strekkingen dwars op elkaar en bepaalden de pogingen tot opgang van de democratie en uiteindelijk ondergang van de democratie. Twee strekkingen werkten relatief goed met elkaar samen: aan de linkse kant de socialisten (SPD) die zich de ware democraten noemden, en aan de rechtse kant de conservatieven (Zentrum) die eigenlijk meer aan het oude keizerrijk bleven hangen dan aan democratie, en de liberalen die zich gelijk aan de conservatieven opstelden. Uiterst links van de socialisten bewoog zich de derde strekking: de communisten (KPD) die radicaal een democratie verwierpen en een radenrepubliek (sowjetrepubliek) naar het voorbeeld van Moskou nastreefden. En uiteindelijk vormden de nationalisten en nationaal-socialisten van Hitler de vierde strekking, die het uiteindelijk zou halen... Zij streefden evenmin een democratie na en dwongen een dictatuur op. Maar niet alleen de tegenstellingen tussen de vier politieke strekkingen leidden tot de agonie van de jonge Duitse democratie. Een ware leidraad doorheen deze jaren is het Verdrag van Versailles, vredesregeling na de Eerste Wereldoorlog. waarvan de gevolgen loodzwaar doorwogen. En een al even noodlottige leidraad is de grondwet van de Weimarrepubliek die de val van de ene regering na de andere mogelijk maakte. Boven dat alles kwam dan nog de beurscrash van New York, die het spel van Hitler in de hand werkte.

In de twee vorige postings werd het Verdrag van Versailles belicht. Dit vredesverdrag na de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) zou ernstige problemen veroorzaken in de Weimarrepubliek tussen de twee wereldoorlogen. Maar niet alleen dat verdrag was een belangrijke stoorfactor. Ook de grondwet van de republiek zou voor tal van problemen zorgen in deze jaren en zelfs de weg naar een dictatuur niet kunnen verhinderen. Hoe kwam de grondwet tot stand?

De weg naar een grondwet

Zoals in de postings over de Novemberrevolutie 1918 weergegeven, was de primordiale eis van de USA voor een wapenstilstand in de oorlog de afschaffing van het keizerrijk in Duitsland en de oprichting van een echte democratie. Die eis werd verwezenlijkt door de opstand van mariniers in Lübeck en de hele Duitse bevolking in november 1918. Twee dagen voor de ondertekening van de wapenstilstand in Compiègne (Frankrijk) culmineerde de revolutie van het Duitse volk in het uitroepen van de “Deutsche Demokratische Republik” op 9 november 1918 om 14h in de namiddag (niet te verwarren met de DDR na de Tweede Wereldoolog). Dit was de geboorte van de eerste echt democratische republiek sinds eeuwen en eeuwen keizerschap over Duitsland en een periode van pseudo-democratie onder Otto Bismarck. Voor, tijdens en na die uitroeping hadden ernstige onlusten plaats in Berlijn en elders. Dat alles is ruim beschreven in de eerdere postings over de Novemberrevolutie 1918 en over de Aanloop naar de Weimarrepubliek op deze blog.

Einde van het jaar 1918 werd besloten om een “Nationalversammlung” te laten verkiezen. Deze Nationale Verzameling zou het allereerste parlement worden van de nieuwe republiek. Daartoe hadden op 19 januari 1919 algemene verkiezingen plaats waarbij voor het eerst vrouwen gelijkberechtigd waren aan mannen. Uit die verkiezingen kwam de SPD (de socialisten) als de grote overwinnaar uit de bus. Zij lagen immers aan de basis van het ontstaan der republiek. Er werd onmiddellijk een regeering samengesteld bestaande uit de SPD (socialisten), het Zentrum (de conservatieve, nog sterk keizersgezinde partij) en de DDP (liberalen). Samen vormden ze een grote meerderheid van 76,2 %. Deze drie partijen noemt men de “Weimarer Koalition”, waarover in volgende postings meer te vermelden is. Aan het hoofd van de republiek werd een rijkspresident gekozen. Deze kwam uit de sterkte partij, de SPD. Namelijk de voorzitter ervan, Friedich Ebert, werd 'staatshoofd'. Over Friedrich Ebert en zijn inspanningen om de novemberrevolutie te kanaliseren naar democratische principes kan u meer lezen in de postings over de Novemberrevolutie 1918.

Enkele weken na de verkiezingen startte de Nationale Verzameling met het opstellen van een grondwet voor de nieuwe republiek. Daarbij waren talrijke partijen en partijtjes betrokken, elke partij namelijk die minstens 1 vertegenwoordiger had in de nationale Verzameling. De besprekingen voor de grondwet werden begonnen op 6 februari 1919 en zouden uitmonden in de goedkeuring door de nationale Vergadering op 31 juli 1919. De grondwet ging dan in op 11 augustus 1919, dag waarop Friedrich Ebert als rijkspresident de grondwet ondertekende. Die dag, 11 augustus, werd dan ook de nationale feestdag van Duitsland.

De besprekingen voor de grondwet hadden plaats in het stadje Weimar. Dat was bewust gekozen. In Berlijn, de hoofdstad was het veel te onrustig waardoor de veiligheid van de volksvertegenwoordigers niet gegarandeerd was. Bovendien had Weimar een symbolische functie: Weimar is de heimat van de hoge humanitaire waarden, vertolkt door de Duitse schrijvers uit de stroming van de 'Weimarer Klassik' met Goethe aan het hoofd en ook Schiller als belangrijke vertegenwoordiger. Tenslotte was het kleine Weimar makkelijk militair af te schermen om de volksvertegenwoordigers in alle sereniteit hun werk te laten doen.

ROND DIT THEMA
Grondwet Weimarrepubliek   de volledige wettekst

Grondwet Weimarrepubliek   studieobject
Politici moesten leren wat democratie is...

Meerdere maanden heeft men gebekvecht om die grondwet op te stellen. Dat ging met zware discussies gepaard. Er deed zich immers een uniek iets voor in de politieke wereld. Tot november 1918 was Duitsland een keizerrijk. Het rijk bezat een soort grondwet, opgesteld door Otto Bismarck in de 19de eeuw, welke alle macht aan de keizer gaf. Een soort parlement van volksvertegenwoordigers werd door de keizer 'getolereerd'. Dat wil zeggen: de volksvertegenwoordigers goten alle wensen van de keizer in wetten. Zelf kregen ze eigenlijk geen macht om eigen wetten op te stellen, of vonden ze de kracht daar niet toe met enkele kleine uitzonderingen na. In feite was het Duitse parlement onder de Duitse keizers een marionettentoneel. De volksvertegenwoordigers waren dan ook haast uitsluitend bezig met het verdedigen van elk hun eigen cliënteel. Elke volksvertegenwoordiger was als het ware een 'eilandje' dat de eigen rechten opeiste en in niets tot compromissen moest komen, gezien de keizer toch alles zelf besliste en die keizer ook de regering vormde. Volksvertegenwoordigers waren leden van een partij en volgden de partijlijn, maar alle partijen traden slechts op voor hun eigen belangen.

Dat politiek klimaat uit het keizerrijk zou lelijk huishouden tijdens de besprekingen voor de grondwet van de Weimarrepubliek. Voornamelijk het gebrek aan zin voor compromissen tussen de verschillende partijen maakte het opstellen van een functioneerbare grondwet uiterst moeilijk. Het behartigen van de verlangens van het eigen cliënteel lag boven elke noodzaak tot compromis. Ja, in die maanden leerden de volksvertegenwoordigers dat een echte democratie gestoeid is op compromissen in plaats van individualistische touwtrekkerij. In die tijd waren Duitse politieke partijen niet eens erkende 'partijen', maar werden wettelijk gezien als 'verenigingen'. Partijleden hadden de taak te handelen naar hun geweten en slechts in beperkte mate werden algemene partijlijnen uitgevaardigd.

Bepalingen van de grondwet: de wetgevende macht

Onder de vele partijen die aan de besprekingen deelnamen, hadden vooral de SPD (socialisten) en het Zentrum (de conservatieven die nog sterk aan het afgeschafte keizerrijk hingen) het voor het zeggen. De SPD wou zoveel mogelijk de macht bij het volk en haar vertegenwoordigers in het parlement houden, Zentrum wou de macht bundelen bij het staatshoofd. Het volgende compromis kwam uit de bus:

De wetgevende macht zou 'zweven' tussen de Reichstag (parlement) , de Reichsrat (vertegenwoordiging van de verschillende landen waaruit Duitsland bestond), de Reichspresident en het Volk. Alle vier instanties kunnen de wetgeving beïnvloeden. De minst belangrijke instantie zou de Reichsrat worden. Dat betekent: de afzonderlijke landen van Duitsland kregen slechts een heel beperkte macht op nationaal niveau. Centralisme zou men het kunnen noemen... een aanleunen bij de oude macht van de keizer en meer zelfs: vele bevoegdheden van de afzonderlijke landen werden tegenover het keizerrijk afgeschaft. Dat centralisme zou wel eens in de kaart kunnen spelen van een 'soort dictator'!

De Reichstag, het eigenlijke parlement, kreeg de bevoegdheid om wetten uit te vaardigen. maar... elke uitgegeven wet kon door die twee andere instanties (rijkspresident en het volk) teniet gedaan worden. Meer zelfs, de rijkspresident kon zelf 'noodwetten' afkondigen en het volk kon zelf eigen verlangens omzetten in een wet.

Volksverlangen en volksbeslissing

Het volk kon een wetsvoorstel indienen, los van de Reichstag, indien minstens 10 % van de kiesgerechtigde bevolking dergelijk voorstel indiende. De Reichstag kon dat voorstel verwerpen, waarop dan een volksbeslissing volgde. Bij dergelijke beslissing moest de meerderheid der kiesgerechtigden onder de bevolking het halen.

In de praktijk is deze procedure van volksverlangen en volksbeslissing eenmaal doorgevoerd (zie latere postings) maar mislukte door het niet halen van een meerderheid bij de volksbeslissing.

Het principe van deze wetgevende macht aan het volk was een gedachte van de SPD. Achtergrond bij die gedachte was het counteren van het verlangen van de communisten om geen democratie in te richten, maar een Sowjetsysteem (een 'radenrepubliek') zoals in Rusland.

staatsorganisatie
 

Macht van elke instantie in het staatsbestel van de Weimarrepubliek


De macht van de Reichspresident

Vooral onder druk van de Zentrum-partij (de conservatieven) kreeg de rijkspresident zeer veel macht, wat tot nare toestanden zou leiden in de jaren van de Weimarrepubliek – zie latere postings. Macht van de rijkspresident:

  • De rijkspresident stelt de regering samen, niet het parlement. Het parlement kon zelfs geen voorstellen doen in deze, tenzij de rijkspresident open zou staan voor dergelijke voorstellen. Het parlement kon enkel maar een regering toestemmen. Ziet u reeds het gevaar in deze bepaling?
  • De rijkspresident is opperbevelhebber van het leger en benoemt de rechters
  • De rijkspresident kan de Reichstag buiten werking stellen, ja zelfs ontbinden, en daarbij noodwetten afkondigen. Deze macht zou de rijkspresident de bevoegdheid hebben gegeven om Hitler tegen te houden. Die macht werd echter onrechtstreeks benut om Hitler in het zadel te zetten!

De rijkspresident werd aldus een soort “Ersatzkaiser” met in tijden van nood in relatief grote mate dezelfde macht als de oude keizers...

De regering

De regering werd aangesteld door de rijkspresident en dus niet door de Reichstag (parlement). De rijkspresident kon de regering eveneens afzetten. Hoofd van de regering werd de Reichskanzler, die meerdere ministers aan zijn zijde had. De regering had de bevoegdheid om wetsvoorstellen bij de Reichstag in te dienen en had de wetuitvoerende macht.

Belangrijk en zeer pijnlijk tijdens de Weimarrepubliek is de impact van de Reichstag op de regering. Dat parlement kon de regering weliswaar niet aanstellen, maar kon op om het even welk moment tegenover de regering of een individueel minister het wantrouwen uitspreken. Na ja, zal u denken, dan wordt het parlement ontbonden en ontstaan nieuwe verkiezingen. Neen... helemaal niet. Het parlememt had de bevoegdheid om een “negatief wantrouwen” uit te spreken. Dat houdt in, dat het parlement een regering kon doen laten vallen, zonder dat daarbij een voorstel voor nieuwe regering tot stand zou komen en zonder dat het parlement valt. Ziet u de gevolgen van dergelijk negatief wantrouwen? In de eindjaren twintig en beginjaren dertig werden meestal minderheidsregeringen gevormd door Zentrum en een andere partij. Hitlers partij en andere rechts-radicale partijen alsook de communisten konden het werk van de regering lamleggen door om de haverklap het wantrouwen uit te spreken. Daarbij viel telkens de regering en moest de rijkspresident vaak met noodwetten regeren. De staat werd erdoor ondermijnd, en dat was precies de bedoeling van Hitler. De mogelijkheid voor een positief wantrouwen was niet voorzien in de grondwet. Een positief wantrouwen betekent dat het parlement een regering kan doen vallen, maar daarbij verplicht is een alternatieve regering aan te bieden. Continuïteit ontstaat daardoor en aldus stabiliteit van de staat. Maar ja... dat was niet voorzien in de grondwet, met alle gevolgen van dien! Terloops nog even vermelden, dat het parlement om de vier jaar herkozen werd. De rijkspresident werd om de zeven jaar gekozen.

Volmachtswetten

Een merkwaardig iets aan de grondwet is de mogelijkheid om volmacht te geven aan de regering om alle wetgevende macht uit te oefenen, los van het parlement. Dat heeft positieve uitwerkingen gehad in tijden van zware financiële crisissen tijdens de Weimarrepubliek. In volgende postings zullen we geregeld het positieve van deze mogelijkheid tegenkomen. Maar.... inderdaad, dergelijke volmachtswetten zouden ook misbruikt kunnen worden om het parlement definitief uit te schakelen, vooral als het hoofd van de regering (de rijkskanselier) zichzelf kan opheffen tot rijkspresident (mogelijkheid bij het overlijden van een president), of zeg maar tot “Führer”!

Ja, de grondwet van de Weimarrepubliek gaf vele mogelijklheden aan een man als Hitler om de absolute macht te nemen. Het fundament van een echte democratie, de grondwet, werd aldus de springplank naar een dictatuur...

Morgen bekijken we het tweede deel van de grondwet: de rechten van de individuele burgers.

 

WEIMARREPUBLIEK
Het ontstaan van het Verdrag van Versailles   (14 jan 2008)

De bepalingen van het Verdrag van Versailles   (15 jan 2008)

Staatsbestel naar de grondwet   (16 jan 2008)

Grondrechten en politieke partijen   (17 jan 2008)

Factoren die het de Weimarrepubliek moeilijk maakten   (18 jan 2008)

Een staatsgreep kondigt zich aan: de Kapp-putsch 1920   (21 jan 2008)

Kapp-putsch schijnbaar voltooid   (22 jan 2008)

Kapp-putsch mislukt, communisten lokken burgeroorlog uit   (23 jan 2008)

Oorlogskosten en het ultimatum van Londen in 1921   (24 jan 2008)

Oorlogskosten en het verdrag van Rapallo   (25 jan 2008)

De Duitse inflatie beginjaren twintig   (28 jan 2008)

De Rijnrepubliek   (29 jan 2008)

Het begin van de Ruhrbezetting   (30 jan 2008)

Ruhrbezetting 1923: verzet   (31 jan 2008)

Hyperinflatie 1923   (11 feb 2008)

Heropflakkering Rijnrepubliek 1923   (12 feb 2008)

Aanloop tot de Hitler-putsch   (13 feb 2008)

Hitler-putsch brengt hem in de gevangenis   (14 feb 2008)

Het Dawes-plan en de gouden jaren   (18 feb 2008)

Het einde van rijkspresident Friedrich Ebert   (19 feb 2008)

Paul von Hindenburg, conservatieve ommezwaai   (20 feb 2008)

Verdragen van Locarno verstevigen de vrede   (22 feb 2008)

Yound plan 1930   (28 feb 2008)

DNVP, extreem recht in de jaren twintig   (29 feb 2008)

Paul von Hindenburg en zijn camarilla   (03 maa 2008)

1930-1932: Eerste golf van ondemocratische maatregelen   (04 maa 2008)

1932: De democratisch Weimarrepubliek sterft   (05 maa 2008)

1932: De ultieme adrenalinestoot   (06 maa 2008)

1933: Hitler aan de macht   (07 maa 2008)

18:03 Gepost door Sebastian in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: weimarrepubliek, grondwet |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.