16-01-08

Taalhulp: de imperatief

bild3
Spraakkunst

De imperatief

De imperatief kan op drie wijzen gevormd worden:

  • Tweede persoon enkelvoud: enkel de stam van het werkwoord. Voorbeeld:Trag!
  • Tweede persoon meervoud vertrouwelijkheidsvorm: stam van werkwoord + “t”. Voorbeeld: Tragt!
  • Tweede persoon meervoud beleefdheidsvorm: infinitief + “Sie”. Voorbeeld: Tragen Sie!

Probleem: soms voegt men een “e” toe aan de imperatief in de tweede persoon enkelvoud, en soms helemaal niet. Welke regels gelden hier?

Toevoeging van een “e” is verplicht bij werkwoorden die in hun infinitiefvorm eindigen op -eln, -ern, -nen alsook werkwoorden waarvan de stam eindigt op --ig, -m, -n, -d, -t. Voorbeelden:

  • tänzeln -> Tänzle!
  • murmeln -< Murmle so nicht!
  • feiern -> Feire! (men mag ook bevelen: “Feiere!”, klinkt echter verouderd)
  • steuern -> Steure! (men mag ook bevelen: “Steuere!”, klinkt echter verouderd)
  • leugnen -> Leugne!
  • segnen -> Segne!
  • berichtigen -> Berichtige!
  • beunruhigen -> Beunruhige ihn nicht!
  • atmen -> Atme!
  • öffnen -> Öffne!
  • reden -> Rede!
  • bitten -> Bitte!

Maar indien de stam van het werkwoord eindigt op --m, -n en aan deze laatste letter een m, n, l, r, h vooraf gaat, dan valt de “e” weg. Voorbeelden:

  • kämmen -> Kämm dich!
  • rennen -> Renn!
  • lernen -> Lern!
  • sehnen -> Sehn dich nicht nach ihr!

In alle andere gevallen mag een “e” toegevoegd worden aan de imperatief. Dat klinkt echter ouderwets en stroef. Daarom laat men die “e” best weg. Voorbeelden:

  • tragen -> Trag! (stroef: Trage!)
  • singen -> Sing! (stroef: Singe!)
  • fliegen -> Flieg! (stroef: Fliege!)
  • raten -> Rat! (stroef: Rate!)
  • weisen -> Weis! (stroef: Weise!)
  • haben -> Hab! (stroef: Habe!)
  • tun -> Tu! (stroef: Tue!)

Bij sterke werkwoorden waarbij de “e” of “eh” in de stam verandert in een “i” of “ieh” bij vervoeging in de tweede of derde persoon enkelvoud, verandert eveneens de “e”of “eh” in een “i” of “ieh” bij de imperatief enkelvoud. Toevoeging van een bijkomende “e” is dan niet toegestaan. Voorbeelden:

  • befehlen -> Befiehl!
  • bergen -> Birg!
  • brechen -> Brich!
  • helfen -> Hilf!
  • empfehlen -> Empfiehl!
  • essen -> Iss!
  • geben -> Gib!
  • lesen -> Lies! (uitzonderlijke klinkerverandering van “e” naar “ie”)
  • schelten -> Schilt!
  • sehen -> Sieh! (mag uitonderlijk ook “Siehe”, is echter stroef)
  • stehlen -> Stiehl!
  • vergessen -> Vergiss!

Bijzondere vormen van imperatief:

  • seien -> Sei! (meervoud: Seid!)
  • werden -> Werde!
  • erlöschen -> Erlisch!
  • nehmen -> Nimm!

Van de modale werkwoorden (dürfen, können, sollen, müssen, mögen en wollen) is alleen bij wollen een imperatief mogelijk: Wolle! (met bijkomende “e”).

Tenslotte mag de imperatief van het werkwoord (er)schrickenmet of zonder klinkerverandering gebruikt worden. Zonder klinkerverandering is de bijkemde “e” verplicht: (Er)schrick! of (Er)schrecke!.

10:37 Gepost door Sebastian in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: spraakkunst, imperatief, werkwoord, taalhulp, duits |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.