28-11-07

Taalhulp: voegwoordelijke bijwoorden

bild3
Spraakkunst

Voegwoorden en bijwoorden

Vandaag een probleem dat voorlopig niet met oefeningen benadert wordt: de plaats van het onderwerp en het werkwoord bij het gebruik van nevenschikkende voegwoorden en vooral het verschil tussen deze plaats bij bijvoeglijke bijwoorden.

Voegwoorden worden heel vaak gebruikt om zinnen in een tekst samen te voegen.Nevenschikkende voegwoorden voegen zinnen in een gelijke waarde aan elkaar. In de tweede zin staat het onderwerp achter het voegwoord, onmiddellijk gevolgd door het werkwoord . Voorbeelden:

Mein PC steht unterm Tisch, denn er nimmt zuviel Platz ein.
Entweder du benimmst dich, oder du gehst sofort.

Voegwoordelijke bijwoorden zijn bijwoorden die zich als een nevenschikkend voegwoord kunnen gedragen. Maar er is een belangrijk onderscheid tussen voegwoordelijke bijwoorden en echte voegwoorden: daar waar achter nevenschikkende voegwoorden eerst het onderwerp staat en dan het werkwoord, staat achter een voegwoordelijk bijwoord eerst het werkwoord en dan het onderwerp. Voorbeelden:

Er ist krank, dennoch geht er zur Arbeit.
Mein PC steht unterm Tisch, deshalb nimmt er nicht zuviel Platz ein.

In dat laatste voorbeeld mag u het voegwoordelijk bijwoord deshalb niet verwarren met het interrogatieve bijwoord weshalb dat vaak als een onderschikkend voegwoord gebruikt wordt. Voorbeelden:

Mein PC steht unterm Tisch, deshalb nimmt er nicht zuviel Platz ein. Hier wordt het voegwoordelijk bijwoord deshalb gebruikt en staat het onderwerp na het werkwoord.
Weshalb lachst du? Hier wordt het interrogatieve bijwoord weshalb gebruikt.
Ich weiß nicht, weshalb er eigentlich gekommen ist. Hier wordt het onderschikkende voegwoord weshalb gebruikt en staat het werkwoord dan ook achteraan de ondergeschikte zin.

Veel voorkomende voegwoordelijke bijwoorden:

außerdem, besonders, dagegen, daher, dann, darum, dennoch, deshalb, folglich, insofern. sonst. teils, trotzdem, zwar.

ROND DIT THEMA
Een bijzonder iets is een zuiver nevenschikkend voegwoord dat zich toch als een voegwoordelijk bijwoord kan gedragen. In het eerste geval (voegwoord) staat het onderwerp voor het werkwoord; in het laatste geval (voegwoordelijk bijwoord) staat het onderwerp na het werkwoord. Dit is het geval voor de voegwoorden doch, jedoch, entweder... oder. Voorbeelden:

Sie geht, doch sie kommt bestimmt wieder. Dit is een zuiver voegwoord.
Sie geht, doch kommt sie bestimmt wieder.Hier wordt het voegwoord als een voegwoordelijk bijwoord gebruikt.

10:58 Gepost door Sebastian in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: taalhulp, duits, spraakkunst, voegwoord, bijwoord |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.