22-11-07

Taalhulp: het voorzetsel 'zu'

bild2
Taalgebruik

Keuze van het juiste voorzetsel.

De juiste keuze van een voorzetsel is vaak een hele miserie voor een Nederlandstalig, wanneer hij of zij zich wil uiten in het Duits.

Vandaag komt het voorzetsel zu aan de beurt, daar waar een Nederlandstalige tal van andere voorzetsel neigt te gebruiken.

ROND DIT THEMA
Voorzetsels  Gebruik voorzetsel zu

Het voorzetsel zu kan gebruikt worden in de zin van het Nederlandse "tot", wordt echter veel ruimer gebruikt, zoals het aangeven van een richting naar een persoon toe, het aangeven van een doel, het aangeven van een verandering, het aanduiden van maten of tijdstippen of periodes, en in meer omstandigheden. Hier kan alleen de raad gegeven worden om geduld te hebben tot u voldoende ervaring heeft in het gebruik van dit voorzetsel..

  • Zij begaf zich naar hem. -> Sie wendete sich zu ihm.
  • De graaf van Gent stierf. -> Der Graf zu Gent starb.
  • Hij viel op de grond. -> Er stürzte zum Boden.
  • De supporters stonden aan beide zeiden van het stadion te wachten -> Die Fans harrten zu beiden Seiten des Stadions aus.
  • De taverne "Aan de post" wordt weldra gesloopt -> Die Gaststätte "Zur Post" wird bald abgerissen.
  • In de tijd dat de aarde nog groen was.. -> Zu Zeiten der grünen Erde...
  • Met Kerstmis geven we elkaar geschenken. -> Zu Weihnachten bescheren wir uns gegenseitig.
  • Op Nieuwjaarsdag komen we allen samen. -> Zu Neujahr kommen wir alle zusammen.
  • Bij die maaltijd hoort een goede wijn. -> Zu diesem Essen passt ein guter Wein.
  • Bij dat kleed kan je die schoenen niet dragen. -> Zu diesem Kleid kannst du diese Schuhe nicht tragen.
  • Zij verkoopt alles aan kleine prijzen. -> Sie verkauft alles zu kleinen Preisen.
  • In het Duits zou het zo klinken... -> Zu deutsch würde man sagen....
  • Het feest voor de jubilaris.... -> Die Feier zu Ehren des Jubilars...
  • Zij nodigde hem tot de dans uit. -> Sie lud ihn zum Tanz.
  • Met honderden stroomden ze in de zaal. -> Zu hundert strömten sie in den Saal.
  • Tot vier man kan in de kamer slapen. -> Man kann zu vieren in dem Zimmer schlafen.
  • De waren zijn voor het grootste deel verdorven. -> Die Waren sind zum größten Teil verdorben.
  • Het spel staat reeds 0 - 3 voor onze ploeg. -> Das Spiel steht schon 0 zu 3 für unsre Mannschaft.
  • Tegenwoordig wordt haast niets meer aan 1 Euro verkocht -> Heutzutage verkauft man fast nichts mehr zu einem Euro.
  • Kan ik 5 postzegels aan 57 cent?.. -> Kann ich 5 Marken zu 57 Cent?
  • Hij werkt meestal met vaten van 10 liter... -> Er geht meisten mit Fässern zu 10 Litern um...
  • Tot stof vervallen. -> Zu Staub zerfallen.
  • Iemand aan een job helpen. -> jemanden zu einer Stelle verhelfen
  • Over dit thema wil ik het niet meer hebben. -> Zu diesem Thema will ich mich nicht mehr äußern.
Zo, de voorbije weken hebben we heel wat voorzetsels in hun gebruik leren kennen. Volgende week volgt een oefening daarop.

10:21 Gepost door Sebastian in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: taalhulp, duits, taalgebruik voorzetsels |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.