07-02-07

Taalhulp: voorzetsels met accusatief en datief


Voorzetsels met zowel de datief als de accusatief, een nachtmerrie voor Nederlandstaligen.

Het gaat hierbij om twee vragen: WAARHEEN beweegt u, of WAAR (op welke plaats) bent u of beweegt u?

"WAARHEEN" kan in alle richtingen zijn: IN, OP, ONDER, NAAST, ACHTER, VOOR, OVER een ruimte of iets, alsook TUSSEN twee ruimtes of twee dingen. Dan gebruikt men steeds de ACCUSATIEF, dus in het Duits bij IN  en AN (voor het Nederlandse 'in'), AUF en AN (voor het Nederlandse 'op'), UNTER, NEBEN, HINTER, VOR, ÜBER, ZWISCHEN.

"WAAR" kan een beweging of een stilstand zijn tegenover een ruimte of iets. Dan gebruikt men bij bovenstaande voorzetsels altijd de DATIEF.

Pas op! Beweegt u UIT iets, of DOOR iets of TEGENOVER iets, dan wordt de beweging nooit bevraagd in de zin van waar of waarheen. Vandaar dat de voorzetsels AUS (datief), DURCH (accusatief) en GEGENÜBER (datief) niet in aanmerking komen voor bovenstaande problematiek.

Nu is het niet steeds zo gemakkelijk om de vraag waarheen of de vraag waar te beantwoorden. Tja, daar heeft u ervaring nodig, en die komt met de tijd! Laten we reeds beginnen met enkele eenvoudige voorbeelden:

    Er setzt sich neben den Kamin. -> Dat is een beweging ergensheen: hij zet zich naast de haard. Dus: accusatief.
    Er sitzt neben dem Kamin. -> Waar zit hij? Dus: datief.
    Die Kinder laufen hinter die Absperrung. -> Waarheen lopen ze? Dus: accusatief.
    Die Kinder laufen dort, hinter der Absperrung -> Hier is de vraag bedoeld: waar lopen de kinderen, waar zijn ze? Dus: datief.
    Der Fluss tritt über die Ufer. -> Waarheen stroomt de rivier? Dus: accusatief.
    DasTuch hängt über dem Bild. -> Waar hangt het het doek? Dus: datief.
    Sie hängt das Tuch über das Bild. -> Waarheen wordt het het doek gehangen? Dus: accusatief.
    Die Kinder toben hin und her über dem Feld. -> Niet waarheen, maar waar ravotten de kinderen. Dus: datief.
    Er stellte sich vor die Tür. -> Waarheen plaatste hij zich? Dus: accusatief
    Sie wartete vor dem Eingang -> Waar wachtte ze? Dus: datief.
    Sie pflanzt Salat zwischen die Tomaten. -> Waarheen plant ze de sla? Dus: accusatief.
    Die Rennfahrer der Tour de France fahren immer zwischen dem Triumphbogen und dem Louvremuseum in Paris. -> Waar rijden de renners? Dus: datief.
    Die Stadt Mechelen liegt zwischen der Stadt Brüssel und der Stadt Antwerpen. -> Waar ligt Mechelen? Dus: datief

Zoals u ziet, kan bij bewegingen de datief nodig zijn bij hogervermelde voorzetsels, zolang u niet bedoelt dat het een beweging ergensheen betreft, dan wordt het een accusatief! Probeer uzelf nog maar een aantal voorbeelden te vinden met bijvoorbeeld de voorzetsels an, in, auf, unter, enz...

Volgende maandag bekijken we voorbeelden die veel aandacht vragen inzake het waarheen of waar. Morgen donderdag is het taalgebruiksdag.

In dit seizoen reeds verschenen postings op deze blog over Duitse grammatica:

Spraakkunst: naamvallen - verbuiging
Genus van substantieven 11 okt 2006
Genitief substantieven uitzonderingen 9 okt 2006
Genitief substantieven 2 okt 2006
Verbuigingen in de accusatief 25 sept 2006
Verbuigingen in de nominatief 20 sept 2006
Nut van naamvallen 18 sept 2006
Werkwoorden
Voltooid Deelwoord 13 nov 2006
Voorvoegsel ge- bij voltooid deelwoord 8 jan 2007
Werkwoorden met voorzetsel en verschillende beklemtoning 10 jan 2007
Hulpwerkwoorden die geen voltooid deelwoord vereisen 29 jan 2007
Werkwoorden met dubbele accusatief, en met genitief 31 jan 2007
Hulpwerkwoorden hebben en zijn 5 feb 2007
Algemeen
Gebruik van de datief 8 nov 2006
Werkwoorden met altijd een datief 6 nov 2006
Meervoud van substantieven 16 okt 2006
Datief meervoud substantieven 18 okt 2006

10:58 Gepost door Sebastian in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) | Tags: taalhulp, duits, voorzetsels |  Facebook |

Commentaren

Duitse taal Dank je want ik heb heel veel hulp van jullie taalhulp.

Gepost door: Liesbeth van der Linden | 07-09-07

Post een commentaar